ECLI:NL:GHLEE:2009:BI4780
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep kort geding
- De Bock
- Breemhaar
- Van de Veen
- Rechtspraak.nl
Voorschot op afrekening huwelijkse voorwaarden afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang
Partijen zijn in 1986 op huwelijkse voorwaarden getrouwd met een verrekenbeding. Na ontbinding van het huwelijk in 2005 ontstond een geschil over de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden, met name de verrekening van het vermogen, waaronder een onderneming van de geïntimeerde.
Appellante vorderde in kort geding een voorschot van €100.000,- vermeerderd met rente, stellende dat zij een nijpende financiële situatie heeft en de bodemprocedure te lang duurt. Zij onderbouwde dit met haar lage inkomen, zorg voor drie kinderen, en studiekosten. Geïntimeerde betwistte de financiële nood en stelde dat appellante onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij een vordering heeft op basis van het verrekenbeding.
Het hof oordeelde dat appellante onvoldoende bewijs heeft geleverd voor haar financiële nood en de omvang van haar vordering onduidelijk is vanwege lopende bodemprocedure en onvolledige deskundigenrapportage. Daarom is geen spoedeisend belang vastgesteld en is het verzoek afgewezen. De kosten worden door partijen zelf gedragen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot voorschotbetaling af wegens onvoldoende spoedeisend belang en onvoldoende aannemelijkheid van de vordering.