ECLI:NL:GHLEE:2009:BI8756
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- G.M. van der Meer
- G.W.B. van Westen
- F.J.W. Drion
- Rechtspraak.nl
Bevestiging heffing AOW-premie over inkomen na 65-jarige leeftijd
Belanghebbende, geboren in 19.., ontving in 2005 vanaf 1 mei een AOW-uitkering en daarnaast een pensioen van het ABP. De inspecteur legde een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen op waarin tijdsevenredig 5,96% AOW-premie werd geheven over het belastbaar inkomen uit werk en woning.
Belanghebbende betwistte de heffing van AOW-premie over het inkomen na haar 65e verjaardag, stellende dat volgens de toelichting bij het aangiftebiljet geen AOW-premie meer verschuldigd zou zijn na die leeftijd en dat het tijdsevenredige heffingssysteem onredelijke neveneffecten heeft. De rechtbank wees het beroep af, verwijzend naar een eerder arrest van de Hoge Raad en het praktische karakter van het tijdsevenredige systeem.
Het hof onderschrijft de oordelen van de rechtbank en benadrukt dat de wetgever bewust heeft gekozen voor het tijdsevenredige systeem om praktische redenen. De toelichting bij het aangiftebiljet maakt duidelijk dat het tijdsevenredige percentage een uitwerking is van het feit dat na 65 jaar geen AOW-premie meer verschuldigd is. Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd. De uitspraak is gedaan door het hof op 12 juni 2009 en verzonden aan partijen op 17 juni 2009.
Uitkomst: De heffing van AOW-premie over het inkomen na het bereiken van de 65-jarige leeftijd is rechtmatig en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.