ECLI:NL:GHLEE:2009:BI8788
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor mishandeling met geldboete en vervangende hechtenis
Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor mishandeling, maar ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht. Primair werd verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde, maar subsidiair werd bewezen verklaard dat verdachte op 27 mei 2007 een persoon heeft gekrabd en tegen het hoofd en lichaam heeft geduwd, geslagen en getrapt, waardoor deze pijn heeft ondervonden.
De verdediging voerde noodweer aan, stellende dat verdachte werd omsloten door drie mannen en zich moest verdedigen. Het hof verwierp dit verweer wegens gebrek aan steun in het bewijs en eigen verklaringen. De mishandeling werd als bewezen beschouwd en strafbaar geacht.
Bij de strafoplegging hield het hof rekening met het feit dat verdachte niet eerder was veroordeeld. Het opleggen van een geldboete van €250,- met een subsidiaire vervangende hechtenis van vijf dagen werd passend geacht. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard voor de vordering tot schadevergoeding, omdat deze vordering volgens het hof niet in het strafgeding thuishoort en bij de burgerlijke rechter moet worden aangebracht.
Het hof veroordeelde verdachte tot betaling van de geldboete in vijf maandelijkse termijnen van €50,-. De kosten van het geding werden begroot op nihil en de benadeelde partij werd veroordeeld in de kosten. Dit arrest werd gewezen door het gerechtshof Leeuwarden op 19 juni 2009.
Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot een geldboete van €250,- en subsidiair vijf dagen vervangende hechtenis wegens mishandeling; benadeelde partij niet-ontvankelijk in vordering schadevergoeding.