ECLI:NL:GHLEE:2009:BI9100
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rowel-van der Linde
- Zuidema
- Fikkers
- Rechtspraak.nl
Toepassing boetebeding bij overtreding geheimhoudingsbeding in arbeidsovereenkomst
ECO-HT vordert betaling van een boete wegens overtreding van een geheimhoudingsbeding door de werknemer, die meerdere malen vertrouwelijke informatie via e-mails heeft gedeeld. De rechtbank wees de vordering af omdat het boetebeding niet voldeed aan de eisen van artikel 7:650 lid 3 BW Pro, dat voorschrijft dat de bestemming van de boete nauwkeurig moet worden vermeld.
In hoger beroep stelt het hof vast dat het boetebeding niet op dezelfde wijze beoordeeld moet worden als een disciplinaire boete, zoals bedoeld in art. 7:650 BW Pro, en dat het boetebeding bij geheimhoudingsbedingen niet expliciet hoeft te vermelden dat de boete toekomt aan de werkgever. Het hof oordeelt dat de wetgever met art. 7:650 lid 8 BW Pro een uitzondering heeft gemaakt voor boetebedingen die niet onder het arbeidstuchtrecht vallen.
De werknemer voerde verweer dat geen sprake was van overtreding en dat de boete buitensporig was, maar het hof volgt de rechtbank in het oordeel dat de werknemer zich bewust was van de vertrouwelijkheid en dat de boete passend is gezien zijn functie en salaris. Het hof vernietigt het eerdere vonnis en veroordeelt de werknemer tot betaling van € 25.000 met wettelijke rente, alsmede in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: Werknemer wordt veroordeeld tot betaling van € 25.000 boete wegens overtreding geheimhoudingsbeding.