ECLI:NL:GHLEE:2009:BJ0724
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- G. Dam
- P.J.M. van den Bergh
- J. Hielkema
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na hennepkwekerij
De veroordeelde werd in eerste aanleg veroordeeld tot betaling van €90.000 aan wederrechtelijk verkregen voordeel uit een hennepkwekerij. In hoger beroep heeft het hof het vonnis vernietigd en het voordeel opnieuw vastgesteld op €50.000, rekening houdend met het feit dat niet gedurende de volledige vierjarige periode optimaal gebruik werd gemaakt van de kwekerij.
De advocaat-generaal had een hoger bedrag van €95.877,- gevorderd, gebaseerd op optimaal gebruik. Het hof oordeelde echter dat door de verzorging van de planten door de echtgenote en haar zorg voor de kinderen er periodes waren waarin niet gekweekt werd, waardoor het voordeel lager moest worden vastgesteld.
Het hof legde de betalingsverplichting tot ontneming van het voordeel van €50.000 op aan de veroordeelde. Het arrest is gewezen door een meervoudige strafkamer van het Gerechtshof Leeuwarden en baseert zich op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.
Uitkomst: Het hof stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €50.000 en legt de betalingsverplichting tot ontneming van dit bedrag op aan de veroordeelde.