ECLI:NL:GHLEE:2009:BJ1392
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Kuiper
- Rowel-van der Linde
- Breemhaar
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over redelijke huurprijs en periodieke huurverhoging bij commerciële huurovereenkomst
In deze zaak stond de redelijke huurprijs en de betaling van achterstallige huurpenningen centraal. De Moriaan vorderde betaling van huurpenningen gebaseerd op een redelijke aanvangshuurprijs, vermeerderd met periodieke verhogingen volgens de consumentenprijsindex (CPI). Het hof constateerde dat de aanvangshuurprijs als uitgangspunt geldt en dat periodieke verhogingen vanwege inflatie gerechtvaardigd zijn.
De berekening van de huurpenningen werd door het hof zelfstandig vastgesteld, waarbij het bedrag van € 14.340,41 exclusief BTW als aanvangshuur werd genomen. De jaarlijkse verhogingen werden berekend aan de hand van het jaargemiddelde van de CPI, wat resulteerde in een totaal verschuldigd bedrag van € 79.870,29 inclusief BTW voor de periode tot 1 oktober 2005. Partijen erkenden dat [appellant] reeds € 91.741,37 had betaald, waardoor sprake was van een teveel betaalde huur van € 11.871,08.
Het hof vernietigde het bestreden vonnis voor wat betreft het punt over de huurpenningen, wees de vordering van De Moriaan af en veroordeelde haar in de kosten van het hoger beroep. Hiermee werd bevestigd dat de huurprijs periodiek moet worden aangepast aan de inflatie en dat een teveel betaalde huur niet kan worden gevorderd.
Uitkomst: De vordering tot betaling van achterstallige huur wordt afgewezen omdat de betaalde huurpenningen hoger zijn dan verschuldigd.