ECLI:NL:GHLEE:2009:BJ1653
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor opzetheling van een boot met werkstraf en subsidiaire hechtenis
Verdachte werd primair ten laste gelegd opzetheling van een boot die afkomstig was van diefstal. Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte wist dat de boot door een misdrijf verkregen was en deze heeft verworven, voorhanden gehad en overgedragen. Subsidiair werd diefstal ten laste gelegd, maar dit werd niet bewezen verklaard.
De feiten betreffen een periode in juni 2007 waarin verdachte een boot verwierf van een persoon die hem een schuld wilde vereffenen. Verdachte had twijfels over de integriteit van deze persoon, maar deed geen onderzoek naar de herkomst van de boot. Later bleek dat de boot gestolen was. Verdachte erkende lichtzinnig te hebben gehandeld.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht. De straf werd vastgesteld op een werkstraf van 120 uren met een bevel tot vervangende hechtenis van 60 dagen bij niet-nakoming. De door de advocaat-generaal gevorderde strafverzwaring werd niet gevolgd. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering wegens onvoldoende onderbouwing en werd verwezen naar de burgerlijke rechter.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een werkstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis, voor opzetheling van een gestolen boot.