ECLI:NL:GHLEE:2009:BJ1660

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
3 juli 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
24-000175-09
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 Wegenverkeerswet 1994Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 23 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen veroordeling rijden onder invloed met voorwaardelijke rijontzegging

Op 5 juli 2008 reed verdachte onder invloed van alcohol met een ademalcoholgehalte van 685 microgram per liter uitgeademde lucht, wat hoger is dan de wettelijk toegestane 220 microgram. De politierechter veroordeelde verdachte tot een geldboete en een rijontzegging. Verdachte ging in hoger beroep tegen dit vonnis.

Het gerechtshof Leeuwarden vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht. Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de overtreding van artikel 8, tweede lid, onder a van de Wegenverkeerswet 1994 had begaan. Verdachte werd strafbaar verklaard en vrijgesproken van overige tenlasteleggingen.

Bij de strafoplegging hield het hof rekening met het feit dat verdachte niet eerder was veroordeeld en met de landelijke richtlijnen voor straftoemeting bij dit soort delicten. Het hof legde een geldboete van €1000 op, met de mogelijkheid tot betaling in tien maandelijkse termijnen, en een voorwaardelijke rijontzegging van zes maanden met een proeftijd van twee jaar. Vervangende hechtenis van twintig dagen werd opgelegd voor het geval van niet-betaling van de boete.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van €1000 en een voorwaardelijke rijontzegging van zes maanden met een proeftijd van twee jaar.

Uitspraak

Parketnummer: 24-000175-09
Parketnummer eerste aanleg: 18-906170-08
Arrest van 3 juli 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen van 30 oktober 2008 in de strafzaak tegen:
[verdachte],
geboren op [1981] te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats], [adres],
verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. M.R. Holthinrichs, advocaat te Groningen.
Het vonnis waarvan beroep
De politierechter in de rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf en een bijkomende straf, zoals in dat vonnis omschreven.
Gebruik van het rechtsmiddel
De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.
Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen ter zake het hem ten laste gelegde tot een geldboete van € 1000, - (desgewenst te betalen in termijnen) met bevel, voor het geval dat noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt, dat vervangende hechtenis voor de duur van 20 dagen zal worden toegepast, alsmede tot een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van zes maanden, met een proeftijd van twee jaren.
De beslissing op het hoger beroep
Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 5 juli 2008 te [plaats] als bestuurder van een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 685 microgram, in elk geval hoger dan 220 microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat:
hij op 5 juli 2008 te [plaats] als bestuurder van een voertuig, personenauto, dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 685 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn.
Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.
Kwalificatie
Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:
overtreding van artikel 8, tweede lid, onder a van de Wegenverkeerswet 1994.
Strafbaarheid
Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.
Strafmotivering
Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft het hof gelet op de aard en de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit feit is begaan en de persoon van verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft zich op 5 juli 2008 schuldig gemaakt aan overtreding van
artikel 8 van Pro de Wegenverkeerswet 1994 door in een personenauto door [plaats] te rijden, terwijl hij meer alcohol had genuttigd dan voor de bestuurder van een dergelijk voertuig is toegestaan. Door aldus te handelen heeft verdachte de verkeersveiligheid, daaronder begrepen de veiligheid van zijn medeweggebruikers, in gevaar gebracht.
Het hof houdt bij de strafoplegging rekening met een verdachte betreffend uittreksel uit het justitiële documentatieregister d.d. 19 mei 2009, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld ter zake van strafbare feiten.
Gelet op vorenstaande en de landelijke oriëntatiepunten ten aanzien van de straftoemeting bij dit soort delicten is in beginsel de oplegging van een straf en een bijkomende straf zoals door de rechter in eerste aanleg is opgelegd, passend.
Het hof zal echter - mede gelet op de persoonlijke belangen van verdachte bij het behoud van zijn rijbewijs - de rijontzegging slechts in voorwaardelijke zin opleggen, waarbij evenwel een geldboete van na te noemen hoogte zal worden opgelegd, zoals ook door de advocaat-generaal is gevorderd. Gelet op de financiële draagkracht van verdachte zal het hof daarbij bepalen dat verdachte deze geldboete in termijnen kan voldoen.
Toepassing van wetsartikelen
Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24a en 24c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 8, 176 (oud) en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.
De uitspraak
HET HOF,
RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:
vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:
verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;
verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;
veroordeelt verdachte [verdachte] tot een geldboete van duizend euro;
beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van twintig dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;
bepaalt dat de geldboete mag worden voldaan in tien opeenvolgende éénmaandelijkse termijnen elk groot honderd euro;
ontzegt aan de veroordeelde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijd van zes maanden;
beveelt, dat de bijkomende straf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Dit arrest is aldus gewezen door mr. A.J. Rietveld, voorzitter, mr. K. Lahuis en
mr. P.W.J. Sekeris, in tegenwoordigheid van mr. L. Keekstra als griffier.
- 4 - 24-000175-09