ECLI:NL:GHLEE:2009:BJ2543
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep kort geding
- Breemhaar
- Bosch
- Weening
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontvankelijkheid hoger beroep en verdeling roerende zaken tussen gewezen echtelieden
In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Leeuwarden in een kort geding. Het hof beoordeelt allereerst de ontvankelijkheid van het hoger beroep. Op grond van artikel 3:301 lid 1 en Pro 2 BW en artikel 433 Rv Pro moet het hoger beroep tijdig worden ingeschreven in het rechtsmiddelenregister. Uit de overgelegde verklaring van de griffier blijkt dat deze inschrijving niet tijdig heeft plaatsgevonden, waardoor appellant niet-ontvankelijk wordt verklaard voor het deel van het hoger beroep dat zich tegen het bestreden vonnis richt.
Verder constateert het hof dat er geen geschil meer bestaat over de roerende zaken, aangezien partijen overeenkomstig het proces-verbaal van de rechtbank Leeuwarden van 9 juli 2008 ieder de haar toekomende roerende zaken onder zich hebben. Het hof vernietigt daarom het bestreden vonnis voor zover het over deze roerende zaken gaat en verklaart dat iedere partij haar roerende zaken behoudt.
Voor het overige wordt het bestreden vonnis bekrachtigd. Omdat partijen gewezen echtelieden zijn, compenseert het hof de kosten van het geding in hoger beroep, zodat elke partij haar eigen kosten draagt. Het arrest is uitgesproken door de derde kamer voor burgerlijke zaken van het Gerechtshof Leeuwarden op 14 juli 2009.
Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige inschrijving van het hoger beroep; roerende zaken worden verdeeld conform proces-verbaal; proceskosten worden gecompenseerd.