ECLI:NL:GHLEE:2009:BJ4188
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling tot voorwaardelijke werkstraf voor het telen van hennep ondanks vormverzuimen bij binnentreden woning
Verdachte werd door de politierechter veroordeeld voor het telen van hennep. In hoger beroep vernietigde het hof dit vonnis en deed opnieuw recht. De politie trad op 25 april 2007 de woning van verdachte binnen na een anonieme melding en een hoog elektriciteitsverbruik. Hoewel er sprake was van onherstelbare vormverzuimen bij het binnentreden, waaronder het niet tonen van een machtiging en het ontbreken van een schriftelijk verslag, oordeelde het hof dat deze niet ernstig genoeg waren voor bewijsuitsluiting.
Het hof stelde vast dat verdachte opzettelijk hennep had geteeld in de periode van 1 april 2005 tot en met 25 april 2007. Verdachte handelde uit financieel gewin. De werkstraf van 40 uur, met een subsidiaire vervangende hechtenis van 20 dagen, werd passend geacht. Vanwege de vormverzuimen legde het hof de werkstraf in voorwaardelijke vorm op, met een proeftijd van twee jaar.
De strafuitsluitingsgronden werden niet aangenomen en verdachte werd vrijgesproken van overige tenlasteleggingen. Het hof motiveerde dat de politie voldoende bevoegd was en dat het nadeel voor verdachte gering was. De strafvermindering compenseerde het nadeel door de verzuimen.
Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het Gerechtshof Leeuwarden op 21 juli 2009.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke werkstraf van 40 uur wegens het telen van hennep, met strafvermindering vanwege vormverzuimen bij het binnentreden.