ECLI:NL:GHLEE:2009:BJ4193
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak handel cocaïne en witwassen, bewezen bezit geringe hoeveelheid MDMA
De verdachte werd in hoger beroep geconfronteerd met meerdere tenlasteleggingen, waaronder handel in cocaïne, witwassen van geld afkomstig uit drugshandel en het bezit van een kleine hoeveelheid MDMA.
De belastende verklaringen van een medeverdachte werden herroepen en ondersteund door onvoldoende bewijs, waardoor het hof de handel in cocaïne en het witwassen niet bewezen achtte en de verdachte daarvan vrijsprak. De aangetroffen administratieve bescheiden en contant geld konden niet overtuigend worden gekoppeld aan drugshandel.
Wel achtte het hof bewezen dat verdachte opzettelijk een geringe hoeveelheid MDMA had, een middel op lijst I van de Opiumwet. Gelet op de minimale hoeveelheid en de omstandigheden werd toepassing gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, waardoor geen straf werd opgelegd.
Het hof ontnam aan verdachte diverse voorwerpen die verband hielden met de drugshandel, waaronder inositol, caffeïne en keukenmixers met poederresten. Het hoger beroep werd deels ontvankelijk verklaard en het eerdere vonnis vernietigd en vervangen door deze uitspraak.
De uitspraak benadrukt het ruime discretionaire bevoegdheid van het openbaar ministerie bij vervolging, ook bij minimale hoeveelheden drugs, maar stelt hoge eisen aan bewijs voor handel en witwassen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van handel in cocaïne en witwassen, bezit van geringe hoeveelheid MDMA bewezen maar geen straf opgelegd.