ECLI:NL:GHLEE:2009:BJ4264

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
7 juli 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
24-002091-08
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Opiumwet
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens gebrek aan bewijs voor opzet bij medeplichtigheid hennepkwekerij

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor medeplichtigheid aan het telen van hennepplanten in een pand waar hij werkzaamheden aan de CV-installatie verrichtte. In hoger beroep vernietigde het hof dit vonnis en sprak de verdachte vrij.

Het hof oordeelde dat de werkzaamheden van de verdachte, het vervangen en controleren van CV-ketels in het woonhuis en de schuur, niet voldoende verband hielden met het kweken van hennep in een andere ruimte van de schuur. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat verdachte opzettelijk behulpzaam was bij het hennepkweken.

Ook uit andere bewijsmiddelen kon geen opzet worden afgeleid. Het ontbreken van dit bestanddeel was essentieel voor de bewezenverklaring van medeplichtigheid. Daarom werd het primair en subsidiair ten laste gelegde niet bewezen verklaard en werd verdachte vrijgesproken.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van bewijs voor opzet bij medeplichtigheid aan hennepkwekerij.

Uitspraak

Parketnummer: 24-002091-08
Parketnummer eerste aanleg: 18-651044-08
Arrest van 7 juli 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen van 15 augustus 2008 in de strafzaak tegen:
[verdachte],
geboren op [1975] te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats], [adres],
verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. S. Koster, advocaat te Amsterdam.
Het vonnis waarvan beroep
De politierechter in de rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.
Gebruik van het rechtsmiddel
De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.
Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte wegens het primair ten laste gelegde feit zal veroordelen tot een werkstraf voor de duur van vijftig uren, subsidiair vijfentwintig dagen hechtenis.
De beslissing op het hoger beroep
Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:
[medeverdachte], in of omstreeks de periode van 1 november 2007 tot en met 16 december 2007 te [plaats], gemeente [gemeente], opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in het pand [adres]) (in totaal) ongeveer 2340, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 16 december 2007 te [plaats], gemeente [gemeente], in elk geval in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest door in de ruimte voor de hennepkwekerij in voornoemd pand de cv-installatie te vervangen en/of de cv-aansluiting te controleren en/of de cv-ketel aan te leggen;
althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat
[medeverdachte], in of omstreeks de periode van 1 november 2007 tot en met 16 december 2007 te [plaats], gemeente [gemeente], opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in het pand [adres]) (in totaal) ongeveer 2340, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 16 december 2007 te [plaats], gemeente [gemeente], in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk behulpzaam te zijn, is gereden naar de provincie Groningen en/of achter die[medeverdachte] aangereden en/of genoemd pand binnengegaan en/of begonnen met klussen om in de ruimte voor de hennepkwekerij in voornoemd pand de cv-installatie te vervangen en/of de cv-aansluiting te controleren en/of de cv-ketel aan te leggen, terwijlde uitvoering van dat misdrijf niet is voltooid;
Vrijspraak
Het hof is met de verdachte van oordeel dat de werkzaamheden die hij op 16 december 2007 in het pand aan de [adres] te [plaats] verrichtte niet kunnen worden aangemerkt als (een poging tot) het opzettelijk behulpzaam zijn bij het opzettelijk - kort gezegd - kweken van hennepplanten. Verdachte heeft een CV-ketel in het woonhuis vervangen en hij heeft voorts gecontroleerd of een tweede CV-ketel, die zich in een van de ruimten in de schuur bij dat woonhuis bevond, veilig en correct functioneerde. Tussen deze werkzaamheden en het kweken van de hennepplanten (in andere ruimten) in de schuur bij het woonhuis bestaat naar het oordeel van het hof niet een zodanig verband, dat het opzet van verdachte op het kweken van hennep uit deze door hem verrichtte werkzaamheden voortvloeit. Ook kan het opzet van verdachte op het kweken van hennep niet anderszins uit de bewijsmiddelen worden afgeleid, hetgeen een vereiste is voor het bewezen verklaren van medeplichtigheid. Van dit bestanddeel moet derhalve worden vrijgesproken.
Het hof acht, nu dit bestanddeel essentieel is, niet bewezen hetgeen primair en subsidiair aan verdachte is ten laste gelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.
De uitspraak
HET HOF,
RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:
vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:
verklaart het verdachte primair en subsidiair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij.
Dit arrest is aldus gewezen door mr. S.H. Wachter, voorzitter, mr. H.J. Deuring en mr. K. Lahuis, in tegenwoordigheid van mr. A. Meester als griffier.