ECLI:NL:GHLEE:2009:BJ4285
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- G.M. van der Meer
- G.W.B. van Westen
- J.J.M. Jansen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over vertrouwen in voorlopige aanslag en heffingsrente bij inkomstenbelasting 2002
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de definitieve aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2002, waarbij een terugvordering werd opgelegd van een eerder toegekende algemene heffingskorting en heffingsrente. Het geschil betrof of belanghebbende mocht vertrouwen op de voorlopige aanslag en of de heffingsrente terecht was opgelegd.
Het hof overweegt dat voorlopige aanslagen gebaseerd zijn op globaal gecontroleerde gegevens en geen grondslag bieden voor een uitgebreid onderzoek door de inspecteur, waardoor belanghebbendes beroep op vertrouwen niet slaagt. Wel oordeelt het hof dat de heffingsrente onterecht is opgelegd, mede gelet op een aangenomen motie in de Tweede Kamer en het beleid van de Belastingdienst om in bepaalde gevallen heffingsrente terug te geven.
Daarom vernietigt het hof het deel van de uitspraak van de rechtbank dat de heffingsrente betreft en de beschikking heffingsrente zelf. De inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende en de Staat der Nederlanden moet het betaalde griffierecht vergoeden. Het hoger beroep wordt voor het overige ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hof vernietigt de heffingsrente en veroordeelt de inspecteur in de proceskosten, maar verklaart het hoger beroep voor het overige ongegrond.