ECLI:NL:GHLEE:2009:BJ4666
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Lahuis
- Koolschijn
- van der Woude
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor bezit van cocaïne en heroïne met werkstraf opgelegd
Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het aanwezig hebben van cocaïne en heroïne. In hoger beroep voerde de raadsman aan dat de controlebevoegdheid van de politie onrechtmatig was toegepast, waardoor het bewijs niet gebruikt mocht worden. Het hof verwierp dit verweer omdat de verdenking ontstond nadat de politie een bol wit poeder zag vallen toen een portier werd geopend.
Het hof achtte bewezen dat verdachte op 11 mei 2008 in de gemeente betrokken was bij het aanwezig hebben van 2,6 gram cocaïne en 0,2 gram heroïne, middelen die onder de Opiumwet vallen. De cocaïne werd aan het verkeer onttrokken. Het in beslag genomen geld werd teruggegeven omdat geen verband met het strafbare feit kon worden vastgesteld.
De straf werd bepaald op een werkstraf van 40 uur, met een vervangende hechtenis van 20 dagen als verdachte de taakstraf niet uitvoert. Verdachte was niet eerder veroordeeld en volgt een opleiding. Het hof achtte de straf passend en geboden gezien de ernst van de feiten en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
Het hoger beroep gericht tegen de vrijspraak van een ander feit werd niet ontvankelijk verklaard. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed in zoverre opnieuw recht. De werkstraf werd verminderd met de tijd die verdachte in verzekering had doorgebracht, tegen een maatstaf van twee uur werkstraf per dag.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 40 uur werkstraf met 20 dagen vervangende hechtenis voor bezit van cocaïne en heroïne.