ECLI:NL:GHLEE:2009:BJ4795
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Mollema
- Kuiper
- De Hek
- Rechtspraak.nl
Beoordeling stoeipartij op het werk en onrechtmatige daad
In deze civiele zaak staat centraal of geïntimeerde onrechtmatig heeft gehandeld door appellant op 21 oktober 2003 zodanig te mishandelen dat appellant een gebroken tibiaplateau in zijn linkerbeen opliep. Appellant voerde aan dat er sprake was van een stoeipartij op het werk die uitmondde in een ernstige blessure.
Tijdens het hoger beroep heeft appellant zelf als partij-getuige verklaard en een getuige doen horen. Geïntimeerde heeft eveneens zelf verklaard en meerdere getuigen gehoord. Het hof heeft het bewijs zorgvuldig gewogen en vastgesteld dat de verklaring van appellant als partij-getuige zonder voldoende aanvullend bewijs onvoldoende is om zijn stelling te ondersteunen.
De getuigenverklaringen van geïntimeerde en diens getuigen schetsen een andere toedracht, namelijk een wederzijdse stoeipartij zonder het gebruik van een touwtje of andere pesterijen die appellant beweerde. Het hof concludeert dat het bewijs van appellant door het tegenbewijs in contra-enquête wordt geneutraliseerd.
Daarmee is appellant niet geslaagd in de bewijslevering die hem was opgelegd. Het hof bekrachtigt het vonnis waarvan beroep en veroordeelt appellant in de kosten van het geding in hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vordering van appellant af wegens onvoldoende bewijs van onrechtmatige daad.