ECLI:NL:GHLEE:2009:BJ4953

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
20 maart 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.014.543
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Dijkstra
  • Poelman
  • Weenink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 WAHVArt. 1 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontvankelijkheid beroep bij onvoldoende zekerheidstelling onder WAHV

In deze zaak stond de ontvankelijkheid van een beroep tegen een administratieve sanctie onder de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) centraal. De betrokkene had slechts een deel van de vereiste zekerheid gesteld, namelijk €70,- in plaats van het volledige sanctiebedrag van €75,-.

De kantonrechter had het beroep ontvankelijk verklaard en de sanctiebeschikking vernietigd, ondanks deze discrepantie. De officier van justitie stelde hiertegen hoger beroep in bij het gerechtshof Leeuwarden.

Het hof overwoog dat artikel 11, eerste lid, WAHV vereist dat de indiener van het beroepschrift zekerheid stelt gelijk aan het volledige sanctiebedrag om ontvankelijk te zijn. Omdat de betrokkene dit niet had gedaan, had de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk moeten verklaren.

Het hof vernietigde daarom de beslissing van de kantonrechter en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk. De betrokkene kon daarmee niet inhoudelijk worden gehoord op het beroep vanwege de onvoldoende zekerheidstelling.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende zekerheidstelling.

Uitspraak

WAHV 200.014.543
20 maart 2009
CJIB 59110039751
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank Haarlem
van 10 juli 2008
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), wonende te [woonplaats].
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement Haarlem genomen beslissing gegrond verklaard en de inleidende beschikking vernietigd. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het procesverloop
De officier van justitie heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De betrokkene heeft een verweerschrift ingediend.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Hiervan is geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
1. De kantonrechter heeft het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie ontvankelijk geacht en geoordeeld dat de officier van justitie het beroep tegen de inleidende beschikking ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat de betrokkene de gronden van het beroep niet tijdig heeft opgegeven. Vervolgens oordeelt de kantonrechter dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht en verklaart het beroep daarom gegrond en vernietigt de inleidende beschikking.
2. De officier van justitie heeft hoger beroep ingesteld en primair aangevoerd dat de kantonrechter het beroep niet-ontvankelijk had moeten verklaren, aangezien de betrokkene slechts ten dele zekerheid heeft gesteld.
3. De betrokkene stelt zich op het standpunt dat de kantonrechter ter zitting terecht heeft opgemerkt dat de systemen de discrepantie van € 5,- in de zekerheidstelling ook niet hebben opgemerkt. De betrokkene is daarom van mening dat het belachelijk is dat het openbaar ministerie zich hierop tracht te beroepen.
4. Het hof overweegt als volgt.
De zekerheidstelling als bedoeld in artikel 11, eerste lid, WAHV is vereist met het oog op de ontvankelijkheid van het bij de kantonrechter ingestelde beroep. Artikel 11, eerste lid, WAHV bepaalt eveneens dat de indiener van het beroepschrift zekerheid dient te stellen "voor de betaling van de sanctie". Onder sanctie in dit artikel is te verstaan de administratieve sanctie als bedoeld in artikel 1 WAHV Pro, dat wil zeggen: de aan de Staat te betalen geldsom voor een gedraging in strijd met de voorschriften die vallen binnen het toepassingsgebied van de WAHV, zoals deze bij de oorspronkelijke administatieve beschikking is opgelegd (Kamerstukken II, 1987-1988, 20 393, nr. 3 blz. 15). Het bedrag van de zekerheidstelling is derhalve gelijk aan het bedrag van de oorspronkelijke sanctie.
Uit het voorgaande volgt dat de kantonrechter de bezwaren tegen de oplegging van de administratieve sanctie pas had kunnen behandelen, wanneer de betrokkene zekerheid had gesteld voor het totale bedrag van de sanctie.
5. Uit het dossier volgt dat de betrokkene zekerheid diende te stellen tot een bedrag van € 75,-. Door het CJIB is echter een bedrag ontvangen van € 70,-. Derhalve heeft de betrokkene geen zekerheid gesteld "voor de betaling van de sanctie". De kantonrechter had het beroep van de betrokkene dan ook niet-ontvankelijk dienen te verklaren. Het hof zal daarom de beslissing van de kantonrechter vernietigen en de zaak afdoen als na te melden.
Beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter;
verklaart het beroep bij de kantonrechter niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door mrs. Dijkstra, Poelman en Weenink, in tegenwoordigheid van mr. Kuiper als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.