ECLI:NL:GHLEE:2009:BJ5778
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Kuiper
- Zuidema
- Fikkers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis inzake verhaal pensioenpremies na omzetting eenmanszaak in BV
Appellant, die een eenmanszaak had omgezet in een BV, werd door drie pensioenfondsen aangesproken voor betaling van pensioenpremies over de periode dat de werknemer bij de eenmanszaak in dienst was. De kantonrechter veroordeelde appellant tot betaling van de premies met rente en kosten. Appellant ging in hoger beroep en voerde aan dat de administratie niet correct was en dat een medewerker van de administrateur had toegezegd dat geen navordering zou plaatsvinden. Tevens stelde appellant dat hij mocht vertrouwen op deze toezegging.
Het hof oordeelde dat appellant niet ontvankelijk was voor de vorderingen van twee van de pensioenfondsen omdat deze onder de appelgrens vielen. Voor de hoofdvordering van het eerste pensioenfonds bevestigde het hof het vonnis van de kantonrechter. Het hof liet het door appellant aangeboden bewijs niet toe, omdat niet was aangetoond dat de medewerker bevoegd was om de pensioenfondsen te binden. Ook was onduidelijk of de werknemer niet was aangemeld of dat de administratie fout was, maar dit maakte voor de vordering niet uit.
Het hof veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep en bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter. Hiermee blijft appellant gehouden tot betaling van de pensioenpremies over de periode van de eenmanszaak, inclusief rente en kosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis tot betaling van pensioenpremies door appellant en verklaart hem niet ontvankelijk voor twee andere vorderingen.