ECLI:NL:GHLEE:2009:BJ6856
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens onvoldoende bewijs
In hoger beroep heeft het Gerechtshof Leeuwarden het vonnis van de politierechter vernietigd dat verdachte verplichtte een bedrag van €4.182,46 aan de Staat te betalen als ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De politierechter had dit bedrag vastgesteld naar aanleiding van een eerdere veroordeling waarbij verdachte medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van hennep betrof.
Tijdens het hoger beroep heeft het hof het bewijs opnieuw gewogen en geoordeeld dat er onvoldoende aanwijzingen zijn dat verdachte daadwerkelijk voordeel heeft behaald uit het bewezen verklaarde feit of andere soortgelijke feiten. Hierdoor kon de ontnemingsvordering niet worden toegewezen.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis en wees de vordering tot ontneming af. De uitspraak is gedaan door een meervoudige strafkamer, waarbij verdachte in persoon verscheen en werd bijgestaan door zijn raadsman. De beslissing is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.
Uitkomst: De vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs.