ECLI:NL:GHLEE:2009:BJ8375
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep kort geding
- J. Streppel
- J. Verschuur
- J. Van de Veen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens intrekking hoofdvordering en proceskostenveroordeling
In eerste aanleg heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Leeuwarden op 23 december 2008 een vonnis gewezen waarin de Staat zijn hoofdvorderingen heeft ingetrokken, behoudens de vordering tot veroordeling van appellant in de proceskosten. Appellant stelde hoger beroep in tegen dit vonnis.
Het hof heeft op 31 maart 2009 een comparitie bevolen die niet heeft plaatsgevonden. Appellant heeft drie grieven geformuleerd, gericht op vernietiging van het vonnis en toewijzing van zijn vorderingen tot kostenvergoeding.
Het hof oordeelt dat door de intrekking van de hoofdvordering de waarde van de vordering nihil is geworden, waardoor op grond van artikel 332 Rv Pro geen hoger beroep openstaat tegen het vonnis. Daarom verklaart het hof appellant niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep. Tevens wordt appellant veroordeeld in de kosten van het geding in hoger beroep, begroot op een totaal van €945,--. Een veroordeling in nakosten wordt afgewezen wegens gebrek aan rechtsgrond.
Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep en veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.