ECLI:NL:GHLEE:2009:BJ8709
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens mishandeling met zwaar lichamelijk letsel na schoolincident
Op 23 oktober 2007 botste verdachte tijdens de middagpauze op school moedwillig met zijn schouder tegen het slachtoffer, waarna een fysieke confrontatie ontstond waarbij het slachtoffer verdachte bij de keel greep. Verdachte sloeg het slachtoffer vervolgens driemaal met de vuist in het gezicht, wat leidde tot zwaar lichamelijk letsel, waaronder een breuk van het bot van de voorhoofdsholte.
In eerste aanleg werd verdachte deels vrijgesproken en deels ontslagen van alle rechtsvervolging. Het hof vernietigde dit vonnis en oordeelde dat het bewezen is dat verdachte mishandeling heeft gepleegd met zwaar lichamelijk letsel als gevolg. Het beroep op noodweer en noodweerexces werd verworpen omdat de vuistslagen niet als noodzakelijke verdediging konden worden aangemerkt en een tegenaanval vormden.
Het hof nam bij de strafmaat onder meer de ernst van het letsel, de omstandigheden van het feit en de persoonlijke omstandigheden van verdachte in aanmerking. Verdachte werd veroordeeld tot een onvoorwaardelijke werkstraf van 80 uur, met een vervangende jeugddetentie van 40 dagen indien niet naar behoren uitgevoerd. Tevens werd een schadevergoeding van €3.317,40 toegewezen aan het slachtoffer.
De schadevergoeding omvatte reiskosten, psychologische behandelingen en immateriële schade wegens langdurige pijn en een ontsierend litteken. Het hof wees de vordering tot vergoeding van verlofdagen van de vader van het slachtoffer af wegens onvoldoende onderbouwing.
De veroordeling werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Leeuwarden op 28 september 2009, waarbij het vonnis van de kinderrechter in eerste aanleg werd vernietigd en opnieuw recht werd gedaan.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een werkstraf van 80 uur wegens mishandeling met zwaar lichamelijk letsel, met afwijzing van het beroep op noodweer en noodweerexces.