ECLI:NL:GHLEE:2009:BJ8862
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Beswerda
- Meijer-Campfens
- Koers-van der Linde
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding wegens onterechte detentie na vrijspraak
Verzoeker heeft gedurende 226 dagen gedetineerd gezeten in verband met een strafzaak die uiteindelijk leidde tot zijn vrijspraak. De detentieperiode bestond uit 4 dagen in een politiecel, 7 dagen in beperkingen in het huis van bewaring, en 215 dagen in het huis van bewaring zonder beperkingen.
Na onherroepelijke vrijspraak op 15 april 2009 heeft verzoeker op grond van artikel 89 van Pro het Wetboek van Strafvordering een verzoek tot schadevergoeding ingediend. Het hof heeft het verzoek beoordeeld en geoordeeld dat er billijkheidsgronden zijn om een vergoeding toe te kennen voor de immateriële schade die verzoeker heeft geleden door de onterechte detentie.
Het hof heeft het bedrag van €18.280 vastgesteld, bestaande uit een vergoeding voor de detentiedagen en de kosten van het verzoekschrift. Het verzoek tot een hoger bedrag is afgewezen. De vergoeding wordt ten laste van de Staat toegekend en zal worden overgemaakt aan de advocaat van verzoeker.
Verzoeker en zijn advocaat zijn geïnformeerd over de behandeling van het verzoek en zijn niet verschenen bij de openbare raadkamer, omdat het verzoek voldoende gemotiveerd was. Het arrest van vrijspraak is onherroepelijk geworden op 30 april 2009, waarna de schaderegeling is vastgesteld.
Uitkomst: Verzoeker krijgt een schadevergoeding van €18.280 toegekend wegens immateriële schade door onterechte detentie na vrijspraak.