ECLI:NL:GHLEE:2009:BJ8862

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
29 september 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
000336-08
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Beswerda
  • Meijer-Campfens
  • Koers-van der Linde
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 89 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning schadevergoeding wegens onterechte detentie na vrijspraak

Verzoeker heeft gedurende 226 dagen gedetineerd gezeten in verband met een strafzaak die uiteindelijk leidde tot zijn vrijspraak. De detentieperiode bestond uit 4 dagen in een politiecel, 7 dagen in beperkingen in het huis van bewaring, en 215 dagen in het huis van bewaring zonder beperkingen.

Na onherroepelijke vrijspraak op 15 april 2009 heeft verzoeker op grond van artikel 89 van Pro het Wetboek van Strafvordering een verzoek tot schadevergoeding ingediend. Het hof heeft het verzoek beoordeeld en geoordeeld dat er billijkheidsgronden zijn om een vergoeding toe te kennen voor de immateriële schade die verzoeker heeft geleden door de onterechte detentie.

Het hof heeft het bedrag van €18.280 vastgesteld, bestaande uit een vergoeding voor de detentiedagen en de kosten van het verzoekschrift. Het verzoek tot een hoger bedrag is afgewezen. De vergoeding wordt ten laste van de Staat toegekend en zal worden overgemaakt aan de advocaat van verzoeker.

Verzoeker en zijn advocaat zijn geïnformeerd over de behandeling van het verzoek en zijn niet verschenen bij de openbare raadkamer, omdat het verzoek voldoende gemotiveerd was. Het arrest van vrijspraak is onherroepelijk geworden op 30 april 2009, waarna de schaderegeling is vastgesteld.

Uitkomst: Verzoeker krijgt een schadevergoeding van €18.280 toegekend wegens immateriële schade door onterechte detentie na vrijspraak.

Uitspraak

GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN
Rekestnummer: 000336-09
Parketnummer hoger beroep: 24-002617-08
Parketnummer eerste aanleg: 19-830197-08 en 18-670513 (tul)
Beschikking d.d. 29 september 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige raadkamer, op het verzoek ex artikel 89 van Pro het Wetboek van Strafvordering van:
[verzoeker]
geboren op [1989] te [geboorteplaats]
wonende te [woonplaats], [adres],
Verzoeker en zijn advocaat mr. A.A. Reah, zijn ingelicht omtrent de behandeling van het verzoekschrift ter openbare raadkamer van het gerechtshof d.d.15 september 2009. Hierbij is meegedeeld dat hun verschijnen niet vereist is omdat het verzoek voldoende gemotiveerd is.
Verzoeker en zijn advocaat zijn niet in openbare raadkamer verschenen.
Het verzoek
Verzoeker vraagt vergoeding ten laste van de Staat voor de schade welke hij ten gevolge van ondergane detentie in een strafzaak heeft geleden ten bedrage van € 18.335,00, zoals nader in het verzoekschrift aangegeven.
De behandeling in raadkamer
Het hof heeft in openbare raadkamer van 15 september 2009 kennis genomen van de stukken, waaronder het verzoekschrift en de op de strafzaak betrekking hebbende stukken.
De beoordeling van het verzoek
Uit het onderzoek in openbare raadkamer is - voor zover hier van belang - het hof het navolgende gebleken:
- tegen verzoeker is een strafzaak aanhangig geweest, behandeld in eerste aanleg onder parketnummer 19-830197-08 door de politierechter in de rechtbank Assen en vervolgens in hoger beroep onder parketnummer 24-002617-08 door dit hof op 1 april 2009;
- verzoeker heeft de periode van 28 juli 2008 tot en met 31 juli 2008 in een politiecel doorgebracht en verbleef vanaf 1 augustus 2008 in het huis van bewaring alwaar verzoeker tot en met 7 augustus 2008 in beperkingen heeft gezeten. Vanaf 8 augustus 2008 zijn de beperkingen opgeheven. Verzoeker is op 11 maart 2009 in vrijheid gesteld;
- verzoeker is bij arrest van dit hof op 15 april 2009 vrijgesproken van het feit, waarop voormelde detentie betrekking had;
- voormeld arrest is onherroepelijk geworden op 30 april 2009;
- de strafzaak tegen verzoeker is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel;
- verzoeker heeft tengevolge van voormelde detentie schade geleden;
- verzoeker heeft het verzoek op de voorgeschreven wijze en tijdig ingediend.
Het hof is van oordeel, alle omstandigheden in aanmerking genomen, dat gronden van billijkheid aanwezig zijn om aan verzoeker ter zake van immateriële schade een schadevergoeding toe te kennen.
226 dagen ondergane detentie, bestaande uit:
* 4 dagen hechtenis op het politiebureau (ad € 95,00 per dag) € 380,00
* 7 dagen in het huis van bewaring doorgebracht in beperkingen (
ad € 70,00 + € 25,00 per dag) € 665,00
* 24 dagen in het huis van bewaring voor 1 september 2008
(ad € 70,00 per dag) € 1.680,00
* 191 dagen in het huis van bewaring na 1 september 2008
(ad € 80,00 per dag) € 15.280,00
Totaal € 18.005,00
De kosten van het verzoekschrift zal het hof vergoeden overeenkomstig de terzake geldende landelijke richtlijnen, en wel tot een bedrag van € 275,00.
Gelet op het vorenstaande zal het hof aan verzoeker een vergoeding van € 18.280,00 ten laste van de Staat toe kennen voor de schade, welke hij tengevolge van voormelde detentie in voormelde strafzaak heeft geleden.
Beslissing (op het hoger beroep)
Het hof:
kent aan verzoeker [verzoeker] toe een vergoeding ten laste van de Staat ten bedrage van € 18.280,00.
wijst af het meer of anders verzochte.
Aldus gewezen door mrs. Beswerda, Meijer-Campfens en Koers-van der Linde en ondertekend door de voorzitter en de griffier.
Griffier Voorzitter
beveelt de tenuitvoerleging ten aanzien van dit bedrag door overmaking van dat bedrag op bankrekening nr. 13.51.53.794 ten name van De Haan Advocaten en Notarissen onder vermelding van ML/[verzoeker]/89Sv.
Voorzitter