ECLI:NL:GHLEE:2009:BJ8989
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Beversluis
- Idsardi
- Van Lokven-van der Meer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing omgangsregeling wegens feitelijke onmogelijkheid en belangen minderjarige
Partijen zijn gehuwd geweest en hebben een minderjarige samen. Na echtscheiding is het gezag aan de moeder toegekend en heeft de vader een omgangsregeling verzocht. De rechtbank wees dit verzoek af en de vader ging in hoger beroep.
Het hof overweegt dat het recht op omgang bestaat, maar dit kan worden ontzegd op grond van zwaarwegende belangen van het kind. De vader is tot ongewenst vreemdeling verklaard en mag vijf jaar niet in Nederland verblijven, waardoor omgang feitelijk onmogelijk is. Daarnaast weigert de moeder medewerking aan omgang en statusvoorlichting, uit angst voor ontvoering en bezorgdheid over het welzijn van het kind.
De Raad voor de Kinderbescherming adviseert dat omgang pas kan plaatsvinden na adequate statusvoorlichting. Het hof bekrachtigt de eerdere beschikking en wijst het verzoek af. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling wordt afgewezen wegens feitelijke onmogelijkheid en het belang van de minderjarige.