ECLI:NL:GHLEE:2009:BJ9268

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
2 oktober 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
24-001690-08
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 onder B OpiumwetArt. 3 onder C Opiumwet
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs verkoop en bezit cocaïne

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het opzettelijk verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren van cocaïne. In hoger beroep heeft het hof het vonnis vernietigd en de verdachte vrijgesproken omdat niet met voldoende zekerheid kon worden vastgesteld dat het aangetroffen bolletje cocaïne van hem afkomstig was.

De advocaat-generaal had een gevangenisstraf van één maand geëist en tevens de tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van vijf weken gevorderd. Het hof heeft deze vorderingen afgewezen vanwege het ontbreken van bewijs.

Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Leeuwarden op 2 oktober 2009. De raadsman van verdachte was aanwezig, maar verdachte zelf verscheen niet ter terechtzitting. Het hof heeft het vonnis van de politierechter te Leeuwarden van 16 juni 2008 vernietigd en opnieuw recht gedaan door verdachte vrij te spreken en de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf af te wijzen.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs en de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf wordt afgewezen.

Uitspraak

Parketnummer: 24-001690-08
Parketnummer eerste aanleg: 17-841908-07 (13-421849-06 tul)
Arrest van 2 oktober 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 16 juni 2008 in de strafzaak tegen:
[verdachte],
geboren op [1983] te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats], [adres],
niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsman van verdachte, mr. A. de Haan, advocaat te Heerenveen.
Het vonnis waarvan beroep
De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf en op een vordering tot tenuitvoerlegging beslist, zoals in dat vonnis omschreven.
Gebruik van het rechtsmiddel
De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.
Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep
De raadsman van verdachte heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd verdachte ter terechtzitting te verdedigen.
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het verdachte ten laste gelegde bewezen zal verklaren en hem ter zake zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van één maand, met aftrek van voorarrest.
De advocaat-generaal heeft voorts de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam op 15 december 2006 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vijf weken (parketnummer 13-421849-06).
De beslissing op het hoger beroep
Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:
hij op of omstreeks 11 oktober 2007 te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt aan een (aantal) pers(o)n(en) en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
Vrijspraak
Niet kan met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat het bij [naam] aangetroffen bolletje, bevattende cocaïne, afkomstig is van verdachte of medeverdachte.
Derhalve dient verdachte van het hem ten laste gelegde te worden vrijgesproken.
Tenuitvoerlegging
Nu verdachte ter zake van het hem ten laste gelegde zal worden vrijgesproken, zal het hof de vordering tot tenuitvoerlegging van vijf weken gevangenisstraf, verdachte voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te Amsterdam van
15 december 2006, afwijzen.
De uitspraak
HET HOF,
RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:
vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:
verklaart het verdachte ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij;
wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging van vijf weken gevangenisstraf, de veroordeelde voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te Amsterdam van 15 december 2006.
Dit arrest is aldus gewezen door mr. G.M. Meijer-Campfens, voorzitter, mr. J. Hielkema en mr. W. Foppen, in tegenwoordigheid van mr. I.N. Koers als griffier, zijnde de griffier buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.