ECLI:NL:GHLEE:2009:BJ9278
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- W. Foppen
- J. Hielkema
- G.M. Meijer-Campfens
- Rechtspraak.nl
Veroordeling bedrijfsleider coffeeshop voor medeplegen van bezit grote hoeveelheden softdrugs
De bedrijfsleider van een coffeeshop werd in hoger beroep veroordeeld voor het medeplegen van het aanwezig hebben van aanzienlijke hoeveelheden hennep en hashish in twee panden buiten de coffeeshop. De aantallen softdrugs overschreden ruimschoots de gedoogde handelsvoorraad volgens het coffeeshopbeleid.
De verdediging voerde verweren aan tegen de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie, onder meer vanwege vermeende onrechtmatige binnentreding door de politie en schending van het vertrouwensbeginsel, maar deze werden door het hof verworpen. Ook het beroep op overmacht werd niet aanvaard, omdat de verdachte niet in een noodsituatie verkeerde die het strafbare handelen rechtvaardigde.
Het hof achtte bewezen dat verdachte in vereniging met een ander op 12 januari 2008 grote hoeveelheden softdrugs had, in strijd met artikel 3 van Pro de Opiumwet. Het hof motiveerde de straf door te wijzen op de ernst van de overtreding, de omvang van de voorraad en de negatieve gevolgen voor de coffeeshopbranche en de openbare orde. De straf werd vastgesteld op een werkstraf van 120 uur, met een voorwaardelijke hechtenis van 60 dagen en een proeftijd van 2 jaar.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis en deed opnieuw recht, waarbij het ook vrijspraak uitsprak voor wat niet bewezen werd verklaard. De straf werd mede gemotiveerd door de gezagsverhouding van verdachte binnen de coffeeshop en het belang van naleving van de gedoogcriteria. De uitspraak bevestigt dat het coffeeshopbeleid strikt gehandhaafd wordt en overtredingen van de maximale handelsvoorraad strafrechtelijk worden bestraft.
Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot een werkstraf van 120 uren met een voorwaardelijke hechtenis van 60 dagen en een proeftijd van 2 jaar wegens medeplegen van het aanwezig hebben van grote hoeveelheden softdrugs.