ECLI:NL:GHLEE:2009:BJ9590
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Janse
- Zandbergen
- Wind
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onrechtmatig handelen bij geschil over verdeling vennootschapskapitaal en klantenrelaties
In deze civiele zaak stond de uitleg en naleving van een beëindigingsovereenkomst tussen voormalige vennoten centraal. SBW c.s. betwistten dat een definitieve overeenkomst was gesloten en voerden aan dat zij geen onrechtmatig handelen hadden gepleegd jegens de geïntimeerde vennootschap.
Het hof stelde vast dat er geen volledige overeenstemming over de beëindigingsovereenkomst was bereikt, maar dat partijen zich in de precontractuele fase bevonden waarin zij elkaars gerechtvaardigde belangen dienden te respecteren. De kern van het geschil betrof de uitleg van artikel 3 van Pro het concept van de beëindigingsovereenkomst, waarin een 60/40 verdeling van de klantenportefeuille was opgenomen.
Het hof oordeelde dat de uitleg van de geïntimeerde het meest aannemelijk was en dat SBW c.s. onrechtmatig hadden gehandeld door de aan de geïntimeerde toegedeelde relaties actief te benaderen en over te halen over te stappen. Dit handelen was in strijd met de gerechtvaardigde belangen van de geïntimeerde en haar vennoten.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de voorzieningenrechter en veroordeelde SBW c.s. in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt SBW c.s. in de proceskosten wegens onrechtmatig handelen.