ECLI:NL:GHLEE:2009:BK0389
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- G.M. van der Meer
- F.J.W. Drion
- A.C. van Leijenhorst
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrek reiskosten en zelfstandigenaftrek in inkomstenbelasting 2002
Belanghebbende, werkzaam als zelfstandig assurantietussenpersoon met vestigingen in twee plaatsen, maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting 2002 waarin reiskosten en zelfstandigenaftrek werden betwist. De rechtbank had reeds geoordeeld dat de reiskosten beperkt moesten worden tot het forfaitaire bedrag voor woon-werkverkeer en dat geen zelfstandigenaftrek kon worden toegekend wegens onvoldoende bewijs van zakelijke reizen en uren.
In hoger beroep bevestigde het hof deze oordelen. Belanghebbende kon geen nieuw bewijs overleggen voor zakelijke reizen buiten woon-werkverkeer en maakte onvoldoende aannemelijk dat hij aan het urencriterium voor zelfstandigenaftrek voldeed, mede gezien de lage omzet. Het geschil over het eigenwoningforfait was inmiddels komen te vervallen.
Het hof verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de belastingkamer van het Gerechtshof Leeuwarden op 9 oktober 2009.
Uitkomst: Het hof bevestigt de beperking van reiskostenaftrek tot €1.560 en wijst het beroep op zelfstandigenaftrek af wegens onvoldoende aannemelijkheid urencriterium.