ECLI:NL:GHLEE:2009:BK1206
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Hielkema
- Lahuis
- De Ruijter
- Rechtspraak.nl
Veroordeling tot onvoorwaardelijke geldboete wegens opzettelijke mishandeling ex-vriendin
Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld wegens mishandeling van zijn ex-vriendin. In hoger beroep stelde verdachte dat hij haar per ongeluk had geraakt bij het binnentreden van haar appartement, omdat zij niet zichtbaar was achter lamellen. Het hof onderzocht de verklaringen van verdachte en slachtoffer en concludeerde dat het letsel en de omstandigheden niet overeenkomen met een accidentele aanraking.
De verklaring van het slachtoffer beschreef dat verdachte haar met een gebalde vuist in het gezicht had gestompt, waardoor zij een gekneusde neus opliep en pijn ondervond. Het hof achtte dit bewezen en verwierp het verweer van verdachte dat er geen opzet was. Verdachte had de ex-vriendin opzettelijk mishandeld.
Gezien de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het is begaan en het ontbreken van eerdere veroordelingen, legde het hof een onvoorwaardelijke geldboete van €500 op. De door de advocaat-generaal gevorderde deels voorwaardelijke lagere boete vond het hof onvoldoende passend. Bij de strafoplegging werd rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht, waarbij verdachte werd veroordeeld tot de geldboete en de mogelijkheid van vervangende hechtenis bij niet-betaling.
Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete van €500 wegens opzettelijke mishandeling van zijn ex-vriendin.