ECLI:NL:GHLEE:2009:BK1209

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
26 oktober 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
24-000987-09
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Hielkema
  • Lahuis
  • De Ruijter
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 197 SrArt. 67 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling illegaal verblijf als ongewenst vreemdeling ondanks beroep op overmacht

Verdachte verbleef op 1 mei 2008 als vreemdeling in Nederland terwijl hij wist dat hij op grond van de Vreemdelingenwet 2000 tot ongewenst vreemdeling was verklaard. De politierechter veroordeelde hem hiervoor, waarna verdachte hoger beroep instelde.

In hoger beroep voerde de raadsman aan dat sprake was van overmacht omdat verdachte niet kon terugkeren naar Somalië vanwege de oorlogstoestand en geen geldige documenten had om legaal elders te verblijven. Het hof oordeelde echter dat verdachte onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij zich voldoende had ingespannen om Nederland te verlaten of elders toegelaten te worden.

Gezien de aard en ernst van het feit, de recidive van verdachte en de landelijke oriëntatiepunten voor strafoplegging bij illegaal verblijf, achtte het hof de opgelegde straf van zes maanden gevangenisstraf passend en noodzakelijk. Het hof vernietigde het eerdere vonnis en veroordeelde verdachte opnieuw tot deze straf.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf wegens illegaal verblijf als ongewenst vreemdeling.

Uitspraak

Parketnummer: 24-000987-09
Parketnummer eerste aanleg: 18-651986-08
Arrest van 26 oktober 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen van 11 februari 2009 in de strafzaak tegen:
[verdachte],
geboren op [1977] te [geboorteplaats],
zonder vaste woonplaats hier te lande,
uit anderen hoofde verblijvende in P.I. Noord - De Grittenborgh te Hoogeveen,
niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsman van verdachte mr. F. van Dijk, advocaat te Groningen.
Het vonnis waarvan beroep
De politierechter in de rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.
Gebruik van het rechtsmiddel
De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.
Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep
De raadsman van verdachte heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd verdachte ter terechtzitting te verdedigen.
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van het ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden.
De beslissing op het hoger beroep
Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:
hij op of omstreeks 1 mei 2008, in de gemeente [gemeente], in elk geval in Nederland, als vreemdeling heeft verbleven, terwijl hij wist of ernstige reden had te vermoeden dat hij op grond van artikel 67 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, in elk geval op grond van enig wettelijk voorschrift, tot ongewenst vreemdeling was verklaard.
Bewezenverklaring
Het hof acht bewezen dat:
hij op 1 mei 2008, in de gemeente [gemeente], als vreemdeling heeft verbleven, terwijl hij wist dat hij op grond van artikel 67 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 tot ongewenst vreemdeling was verklaard.
Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.
Kwalificatie
Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:
als vreemdeling in Nederland verblijven, terwijl hij weet, dat hij op grond van een wettelijk voorschrift tot ongewenste vreemdeling is verklaard.
Strafbaarheid
De raadsman van de verdachte heeft ter zitting van het hof aangevoerd, dat er sprake is van overmacht aangezien het voor verdachte feitelijk niet mogelijk was Nederland te verlaten. De raadsman heeft daartoe gesteld, dat verdachte niet terug kon keren naar Somalië, gelet op de oorlogstoestand aldaar, en daarnaast niet over de benodigde documenten beschikte om legaal een ander land binnen te gaan en daar te verblijven.
Het hof overweegt hieromtrent het volgende.
Een ongewenst verklaarde vreemdeling kan slechts dan geen verwijt worden gemaakt van zijn illegale verblijf in Nederland, wanneer voldoende aannemelijk is geworden dat hij buiten zijn schuld geen gehoor kan geven aan zijn verplichting te vertrekken.
De raadsman heeft geen feiten en omstandigheden ter onderbouwing van zijn stelling aangevoerd op grond waarvan aannemelijk wordt dat verdachte zich voldoende moeite heeft getroost om Nederland te verlaten en/of om elders te worden toegelaten. Het hof verwerpt het beroep op overmacht.
Het hof acht verdachte strafbaar. Ook andere strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.
Strafmotivering
Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het bewezen verklaarde feit, de omstandigheden waaronder dit feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft zich op 1 mei 2008 schuldig gemaakt aan overtreding van artikel 197 van Pro het Wetboek van Strafrecht, door op die datum in de gemeente [gemeente] te verblijven, terwijl hij wist dat hij tot ongewenste vreemdeling was verklaard en het hem derhalve niet was toegestaan hier te lande te verblijven.
Het opzettelijk handelen in strijd met de bepalingen van de vreemdelingenwetgeving en met de daarop gegronde beslissingen van de autoriteiten hier te lande is een voor de Nederlandse samenleving bezwarend delict.
Uit het verdachte betreffende Uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 26 juni 2009 blijkt, dat de verdachte niet alleen meermalen ter zake van het plegen van andersoortige strafbare feiten is veroordeeld, maar ook, dat hij in een periode van vijf jaren voorafgaande aan de terechtzitting in hoger beroep op 12 oktober 2009 door dit hof ter zake van het - in totaal - viermaal plegen van een soortgelijk feit als bewezen verklaard tot onvoorwaardelijke gevangenisstraffen is veroordeeld, te weten op 26 oktober 2006 en 4 december 2007.
Op grond van het vorenstaande en mede in aanmerking nemende de landelijk gehanteerde oriëntatiepunten straftoemeting "Artikel 197 Sr Pro onwettig verblijf (LOVS: 27-05-2005)", acht het hof de oplegging van de door de eerste rechter opgelegde gevangenisstraf, welke straf eveneens door de advocaat-generaal is gevorderd, niet alleen gerechtvaardigd, maar ook noodzakelijk.
Toepassing van wetsartikelen
Het hof heeft gelet op artikel 197 van Pro het Wetboek van Strafrecht, zoals dit artikel gold ten tijde van het bewezen verklaarde.
De uitspraak
HET HOF,
RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:
vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:
verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;
verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;
veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van zes maanden.
Dit arrest is aldus gewezen door mr. Hielkema, voorzitter, mr. Lahuis en mr. De Ruijter, in tegenwoordigheid van Boersma als griffier, zijnde mr. De Ruijter buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.