ECLI:NL:GHLEE:2009:BK3641
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- De Hek
- Tjallema
- Zondag
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over voortzetting en opzegging van huurovereenkomst kantoorruimte
In deze zaak staat centraal of de huurovereenkomst tussen appellant en geïntimeerde (rechtsopvolger van BPI) na 1 maart 2006 is voortgezet of beëindigd. Appellant vordert ontbinding van de huurovereenkomst en schadevergoeding wegens huurderving, stellende dat de overeenkomst niet tijdig schriftelijk is opgezegd en geïntimeerde tekort is geschoten.
Het hof stelt vast dat al medio 2002 duidelijk was dat geïntimeerde de huurovereenkomst tussentijds wilde beëindigen en niet wilde voortzetten na 1 maart 2006. Dit blijkt uit onderhandelingen, een voorstel tot beëindiging, het niet-gebruik van het pand vanaf 2003 en het feit dat het pand te huur werd aangeboden in onderhuur. Appellant woonde dicht bij het pand en kon dit waarnemen.
Hoewel de schriftelijke opzegging ontbrak, oordeelt het hof dat het beroep van appellant op deze vormvereiste naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, omdat geïntimeerde tijdig ondubbelzinnig heeft laten weten de overeenkomst niet te willen voortzetten en appellant daarvan op de hoogte was.
De vorderingen van appellant tot ontbinding en schadevergoeding worden afgewezen en het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd. Appellant wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De huurovereenkomst is per 1 maart 2006 geëindigd; het beroep op het ontbreken van schriftelijke opzegging is onaanvaardbaar en de vorderingen van appellant worden afgewezen.