ECLI:NL:GHLEE:2009:BK7411
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Janse
- Zandbergen
- Tjallema
- Rechtspraak.nl
Berekeningsgrondslag kilometervergoeding en prijsgeven verweer in civiele zaak
In deze civiele zaak stond de vraag centraal op welke berekeningsgrondslag de kilometervergoeding voor de periode van 12 maart 1998 tot 1 januari 2000 moest worden vastgesteld. De geïntimeerde stelde dat een vergoeding van f. 0,60 per kilometer met aftrek van f. 0,10 voor privékilometers en gratis benzine was afgesproken, maar kon dit niet bewijzen. Het hof passeerde het bewijsaanbod omdat niet was gebleken dat partijen het geschil via een vaststellingsovereenkomst wilden oplossen.
Het hof oordeelde dat het verweer van HKB tegen de door geïntimeerde aangevoerde berekeningsgrondslag niet was prijsgegeven, ondanks dat HKB dit verweer in eerste aanleg niet langer had gevoerd. Hierdoor kon de vordering van geïntimeerde niet worden toegewezen. De door HKB gehanteerde berekeningsgrondslag, waarover partijen het eens waren, bleef van kracht.
De vordering van HKB in reconventie tot terugvordering van een vermeend teveel betaalde vergoeding werd eveneens afgewezen omdat niet aannemelijk was dat er onverschuldigde betalingen waren gedaan. Het hof vernietigde het vonnis in conventie en wees de vordering af, bekrachtigde het vonnis in reconventie en veroordeelde geïntimeerde in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: De vordering tot aanvullende kilometervergoeding wordt afgewezen en de geïntimeerde wordt veroordeeld in de proceskosten.