ECLI:NL:GHLEE:2010:BK9295
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep kort geding
- Mollema
- Rowel-Van der Linde
- Kuiper
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende dringende reden voor ontslag op staande voet wegens wegnemen fles Bacardi
In deze zaak stond centraal of het wegnemen van een fles Bacardi door de appellant een dringende reden vormde voor ontslag op staande voet door de geïntimeerde. De kantonrechter had het ontslag op staande voet gegrond verklaard, maar het hof stelde vast dat onvoldoende bewijs was geleverd voor diefstal. De verklaringen van getuigen ondersteunden het standpunt van appellant dat sprake was van lenen.
Het hof nam de verklaringen van verschillende betrokkenen mee, die aangaven dat het gebruikelijk was binnen de horecabranche om goederen uit te lenen. Ook de positie van appellant als bedrijfsleider, belast met inkoop, maakte het uitlenen van de fles niet vanzelfsprekend laakbaar. De kantonrechter had onvoldoende gemotiveerd waarom het handelen van appellant als diefstal moest worden aangemerkt.
Het hof verwierp tevens het aanvullende ontslagargument over gokgedrag, aangezien dit niet in hoger beroep was aangevoerd. De door geïntimeerde gedeponeerde beveiligingscamera-dvd werd niet in de beoordeling betrokken wegens gebrek aan onderbouwing. Uiteindelijk vernietigde het hof het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde geïntimeerde tot betaling van salaris en wettelijke rente aan appellant.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet wegens het wegnemen van een fles Bacardi wordt niet gerechtvaardigd en geïntimeerde wordt veroordeeld tot betaling van salaris en rente aan appellant.