ECLI:NL:GHLEE:2010:BL1705
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken strafrechtelijke aansprakelijkheid besloten vennootschap in oprichting
In deze zaak stond verdachte terecht voor vermeende overtredingen van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) in verband met onjuiste aangiften loonbelasting, premie volksverzekeringen en omzetbelasting.
De tenlastelegging betrof handelingen van een besloten vennootschap die nooit daadwerkelijk is opgericht en een besloten vennootschap in oprichting (B.V. i.o.). Het hof stelde vast dat de niet-opgerichte vennootschap geen strafbare feiten kon hebben gepleegd en verdachte hiervoor vrijgesproken moest worden.
Ten aanzien van de B.V. i.o. oordeelde het hof dat deze niet gelijkgesteld kan worden aan een rechtspersoon in de zin van artikel 51 Sr Pro. en dat er geen grond is om de strafrechtelijke aansprakelijkheid zodanig uit te breiden dat deze ook de B.V. i.o. omvat. Hierdoor kon verdachte ook voor deze feiten niet worden veroordeeld.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. De uitspraak benadrukt de beperking van strafrechtelijke aansprakelijkheid voor entiteiten zonder rechtspersoonlijkheid, zoals een B.V. i.o., en bevestigt dat alleen natuurlijke personen of rechtspersonen volgens de wet strafrechtelijk aansprakelijk kunnen worden gesteld.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat de besloten vennootschap in oprichting niet strafrechtelijk aansprakelijk kan worden gesteld.