ECLI:NL:GHLEE:2010:BL1772
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen WOZ-waardering garageboxen met bodemverontreiniging
Belanghebbende is eigenaar van 25 garageboxen die per waardepeildatum 1 januari 2005 zijn gewaardeerd voor de WOZ-heffing. De heffingsambtenaar stelde de waarden aanvankelijk hoger vast, waarna belanghebbende bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde tegen de waardering vanwege onvoldoende rekening met bodemverontreiniging.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde bij het gerechtshof Leeuwarden. Het hof heeft de zaak behandeld en beoordeeld of de waarderingen te hoog waren vastgesteld, mede gelet op het bodemonderzoek uit 2002 waaruit schadelijke verontreinigingen onder de garages blijken, zonder dat een saneringsverplichting is opgelegd.
Het hof oordeelt dat de heffingsambtenaar geslaagd is in zijn bewijslast met goed onderbouwde taxatierapporten en dat het waardedrukkende effect van de bodemverontreiniging juist is meegenomen, waarbij de waarde niet op saneringskosten mag worden gesteld zonder saneringsverplichting. De waarde van garagebox 14 wordt gehandhaafd op € 5.000 omdat deze lager is vastgesteld dan door de heffingsambtenaar in hoger beroep werd voorgesteld.
Het hof vernietigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak op bezwaar en stelt de waarden van de garageboxen vast op lagere bedragen dan oorspronkelijk vastgesteld. Tevens veroordeelt het hof de heffingsambtenaar in de proceskosten en gelast vergoeding van het griffierecht aan belanghebbende.
Uitkomst: Het gerechtshof stelt de WOZ-waarden van de garageboxen lager vast en veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten.