ECLI:NL:GHLEE:2010:BL4199
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- P.J.M. van den Bergh
- A.J. Rietveld
- J.A. Wiarda
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep opzettelijke overtreding Opiumwet met werkstraf wegens financiële situatie
Verdachte werd door de politierechter veroordeeld voor het opzettelijk bezit van amfetamine (speed), MDMA (XTC-pillen) en GHB, middelen vermeld op de lijsten I en II van de Opiumwet. Tegen dit vonnis kwam verdachte in hoger beroep.
Het hof oordeelde dat de politierechter de feiten omtrent het bezit van genoemde middelen bewezen achtte en strafbaar stelde. Verdachte had zich op 3 augustus 2007 te [plaats] schuldig gemaakt aan het bezit van ongeveer 0,6 gram amfetamine, circa 8 XTC-pillen en een hoeveelheid GHB. De strafwaardigheid werd mede gebaseerd op de ernstige bedreiging die drugsgebruik vormt voor de volksgezondheid.
Gezien de eerdere strafbare feiten van verdachte en de ernst van de feiten achtte het hof een geldboete passend. Echter, vanwege de slechte financiële situatie van verdachte, zoals door zijn raadsvrouw aangevoerd, besloot het hof een werkstraf van 30 uur op te leggen met een vervangende hechtenis van 15 dagen bij niet-naleving.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis en deed opnieuw recht, waarbij het overige ten laste gelegde niet bewezen werd verklaard en verdachte daarvan werd vrijgesproken.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een werkstraf van 30 uur wegens bezit van amfetamine, MDMA en GHB.