ECLI:NL:GHLEE:2010:BL4424
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Mollema
- Fikkers
- Van Rijssen
- Rechtspraak.nl
Verplichte procesvertegenwoordiging in hoger beroep bij verzetprocedure WTBZ
In deze zaak stond centraal of bij hoger beroep in een verzetprocedure op grond van de Wet Tarieven Burgerlijke Zaken (WTBZ) verplichte procesvertegenwoordiging geldt. De rechtbank had bepaald dat appellant zich in verzet moest stellen door een dagvaarding ingediend door een advocaat, hetgeen appellant betwistte.
Het hof overwoog dat verzetprocedures op grond van de WTBZ administratieve procedures zijn die in eerste aanleg geen verplichte procesvertegenwoordiging vereisen. Echter, bij hoger beroep geldt de hoofdregel van artikel 261 Rv Pro dat procesvertegenwoordiging verplicht is, tenzij het verzet rechtstreeks tegen een beslissing van de griffier of de voorzitter van het hof of de Hoge Raad is gericht.
Appellant stelde een doorbrekingsgrond aan de orde om het appelverbod te omzeilen, wat het hof aanvaardde. Het hof vernietigde de beslissing van de rechtbank en verwees de zaak terug voor verdere behandeling, met inachtneming van het arrest. Hierdoor kan appellant in hoger beroep haar belangen zonder onnodige belemmeringen behartigen.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beslissing van de rechtbank en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling met inachtneming van het arrest.