ECLI:NL:GHLEE:2010:BL5504

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
23 februari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
107.002.501/01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Mollema
  • Rowel-van der Linde
  • Kuiper
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 243 Rv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging vonnis over non-conformiteit tweedehands auto na APK-keuring

In deze zaak stond de non-conformiteit van een tweedehands auto centraal. Het hof heeft voorshands aangenomen dat de auto bij de koop en/of na reparatie in zodanig slechte staat verkeerde dat deze zonder aanzienlijke kosten niet door de APK-keuring zou komen.

De appellant heeft twee getuigen gehoord en een verklaring van een derde persoon ingebracht, maar deze verklaringen konden het vaststaande feit niet voldoende weerleggen. De getuigen konden niet met zekerheid aangeven dat de auto in goede staat was voor de APK-keuring, mede omdat zij de auto niet volledig hadden geïnspecteerd of niet over de juiste kennis beschikten.

Het hof concludeerde dat de verklaringen onvoldoende waren om het standpunt van de appellant te ondersteunen en heeft daarom het vonnis van 30 november 2007 bekrachtigd. De appellant is veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de auto niet door de APK-keuring zou komen en wijst het hoger beroep af.

Uitspraak

Arrest d.d. 23 februari 2010
Zaaknummer 107.002.501/01
HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN
Arrest van de eerste kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:
[appellant],
wonende te [woonplaats],
appellant,
in eerste aanleg: gedaagde in conventie, eiser in reconventie, opposant
hierna te noemen: [appellant],
toevoeging,
advocaat: mr. R.W. de Casseres, kantoorhoudende te [woonplaats],
tegen
[geïntimeerde],
wonende te [woonplaats],
geïntimeerde,
in eerste aanleg: eiser in conventie, gedaagde in reconventie, geopposeerde,
hierna te noemen: [geïntimeerde],
toevoeging,
advocaat: mr. B.M.J.C. van Lee, kantoorhoudende te Leeuwarden.
De inhoud van het tussenarrest d.d. 21 april 2009 wordt hier overgenomen.
Het verdere procesverloop
Ter levering van het tussenbewijs, waartoe [appellant] bij bedoeld tussenarrest in de gelegenheid is gesteld, heeft [appellant] twee getuigen doen horen.
[geïntimeerde] heeft afgezien van het horen van getuigen.
[appellant] heeft nog een akte genomen.
Vervolgens heeft [geïntimeerde] de stukken wederom overgelegd voor het wijzen van arrest.
De verdere beoordeling
1. Het hof heeft in het tussenarrest, behoudens door [appellant] te leveren tegenbewijs, voorshands als vaststaand aangenomen dat de auto in kwestie, ten tijde van de koop en/of na de reparatie bij Van der Wal, in zodanig slechte staat verkeerde dat deze – zonder aanmerkelijke kosten – niet door de APK keuring zou komen.
2. Naast de twee getuigen heeft [appellant] zich ook nog beroepen op een verklaring van Martin de Vries, welke in de akte na enquête is weergegeven. De betreffende verklaring bevat een weergave door de advocaat van een gesprek dat genoemde De Vries beweerdelijk met de advocaat van [appellant] heeft gehad en is niet door betrokkene getekend.
3. De getuige Van der Ploeg, een autohandelaar, heeft verklaard dat hem is gevraagd naar de auto te kijken, dat hij een stukje heeft gereden en dat de auto naar zijn mening in redelijke staat verkeerde, doch hij heeft de auto niet op de brug gehad en heeft niet onder de motorkap gekeken. Zijn “gevoel”, dat de auto wel door de APK zou komen, is daarmee onvoldoende gefundeerd, nog daargelaten dat hij niet weet hoeveel tijd er heeft gezeten tussen het moment waarop hij de auto heeft beoordeeld en het moment van verkoop aan [geïntimeerde].
4. De getuige Van Dijk, thans automonteur, heeft verklaard dat hij een paar weken voor de verkoop in de auto is meegereden en dat hij toen geen reden had te veronderstellen dat de auto rijtechnisch niet in orde was. Hij geeft echter ook aan dat hij niet kan beoordelen of de auto destijds goed genoeg zou zijn geweest om door de APK te komen, alsmede dat een APK keuring niet kan worden uitgevoerd zonder dat de auto op de brug wordt gezet.
5. De verklaring van genoemde Martin de Vries moet – gelet op de wijze van tot standkoming en presentatie - met de nodige omzichtigheid worden gehanteerd. De Vries verklaart dat hij de auto voor het laatst heeft gezien ongeveer twee maanden voor de verkoop aan [geïntimeerde]. Toen reed de auto volgens hem goed, behoudens dat er wat problemen met de koppeling waren. Hij heeft wel eens onder de motorkap gekeken, maar verklaart niet dat hij ook de onderzijde van de auto heeft geïnspecteerd. Ook zijn verklaring geeft derhalve weinig duidelijkheid over de staat van de auto ten tijde van de verkoop.
6. Het hof is derhalve van oordeel dat de hiervoor bedoelde verklaringen het op voorhand als vaststaand aangenomen feit dat de auto in kwestie, ten tijde van de koop en/of na de reparatie bij Van der Wal, in zodanig slechte staat verkeerde dat deze – zonder aanmerkelijke kosten – niet door de APK keuring zou komen, niet in voldoende mate onaannemelijk maken of uitsluiten, ook niet als die verklaringen in onderling verband en samenhang worden bezien.
7. De grief treft derhalve geen doel.
Slotsom
8. Het vonnis d.d. 30 november 2007, waarvan beroep, dient te worden bekrachtigd. [appellant] zal, als de in het ongelijk te stellen partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure in hoger beroep (salaris advocaat: 1,5 punt tarief I).
De beslissing
Het gerechtshof:
bekrachtigt het vonnis d.d. 30 november 2007, waarvan beroep;
veroordeelt [appellant] in de kosten van deze procedure in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van [geïntimeerde] begroot op € 254,-- aan verschotten en op € 948,-- aan geliquideerd salaris voor de procesadvocaat; bepaalt dat van voormelde bedragen aan de griffier dient te worden voldaan € 190,50 aan verschotten en € 948,-- voor geliquideerd salaris voor de advocaat, die daarmee zal handelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 243 Rv Pro.
Aldus gewezen door mrs. Mollema, voorzitter en Rowel-van der Linde en Kuiper, raden, en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van dinsdag 23 februari 2010 in bijzijn van de griffier.