ECLI:NL:GHLEE:2010:BL6359
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- J. Hielkema
- H.M.E. Laméris-Tebbenhoff Rijnenberg
- M. Lolkema
- Rechtspraak.nl
Veroordeling verdachte voor opzettelijke mishandeling na aanvaring op straat
Op 2 maart 2007 had verdachte een aanvaring op de fiets met een automobilist, de benadeelde partij, op een straat in een gemeente. Na een confrontatie waarbij de benadeelde verdachte volgde en diens fiets beetpakte, sloeg verdachte de benadeelde met zijn rechterarm in het gezicht, waardoor deze letsel en pijn ondervond.
Verdachte beriep zich op noodweer, stellende dat hij plotseling van achteren was aangevallen. Het hof stelde echter vast dat er geen sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding die een noodzakelijke verdediging rechtvaardigde. Het verweer werd verworpen.
Het hof achtte de mishandeling bewezen en veroordeelde verdachte tot een geldboete van €250, subsidiair 5 dagen hechtenis. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard, omdat de materiële schade niet rechtstreeks verband hield met de mishandeling en de immateriële schade alleen bij de burgerlijke rechter kan worden gevorderd.
Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht, waarbij verdachte strafbaar werd verklaard voor mishandeling. Verdachte had geen eerdere veroordelingen, wat meewoog bij de strafoplegging.
De benadeelde partij werd veroordeeld in de kosten van het geding, begroot op nihil tot aan deze uitspraak.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een geldboete van €250, subsidiair 5 dagen hechtenis wegens opzettelijke mishandeling; vordering benadeelde niet-ontvankelijk verklaard.