ECLI:NL:GHLEE:2010:BL8942

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
11 maart 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
24-002259-09
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14aArt. 14bArt. 14cArt. 22cArt. 22d
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling verdachte tot werkstraf wegens bedreiging en mishandeling medewerkers GGZ

Verdachte werd beschuldigd van het bedreigen van drie medewerkers en het mishandelen van één medewerker van de forensische psychiatrie-afdeling van de GGZ te een plaats in de gemeente. Op 19 maart 2008 toonde hij dreigend een mes en sprak hij bedreigende woorden uit richting de medewerkers. Daarnaast mishandelde hij één medewerker door krachtig in het kruis te schoppen.

Het hof achtte deze feiten bewezen en kwalificeerde ze als bedreiging met een misdrijf tegen het leven en mishandeling. Verdachte werd strafbaar verklaard, waarbij geen strafuitsluitingsgronden werden aangenomen. Het hof nam mee dat verdachte later zijn excuses aanbood en spijt betuigde.

De opgelegde straf bestond uit een werkstraf van 30 uur, met een voorwaardelijke hechtenis van 15 dagen en een proeftijd van één jaar. Het hof vond deze straf passend gezien de ernst van de feiten en het feit dat verdachte zich na het incident niet opnieuw schuldig had gemaakt aan strafbare feiten.

Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht. Verdachte werd vrijgesproken van overige tenlasteleggingen die niet bewezen konden worden.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een werkstraf van 30 uur, subsidiair 15 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van één jaar wegens bedreiging en mishandeling.

Uitspraak

Parketnummer: 24-002259-09
Parketnummer eerste aanleg: 17-754344-08
Arrest van 11 maart 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 9 september 2009 in de strafzaak tegen:
[verdachte],
geboren op [1983] te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats], [adres],
verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. F.H. Gart, advocaat te Leeuwarden.
Het vonnis waarvan beroep
De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.
Gebruik van het rechtsmiddel
De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.
Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het verdachte onder 1. en 2. ten laste gelegde bewezen zal verklaren en hem ter zake zal veroordelen tot een werkstraf voor de duur van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis, voorwaardelijk, met een proeftijd voor de duur van twee jaren.
De beslissing op het hoger beroep
Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:
1.
hij op of omstreeks 19 maart 2008, te [plaats], in de gemeente [gemeente], [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend op korte afstand van en voor genoemd(e) perso(o)n(en) een mes, getoond en/of een of meer stekende beweging(en) gemaakt in de richting van voornoemd(e) perso(o)n(en) en/of (daarbij) deze dreigend de woorden toegevoegd : "Ik steek jullie allemaal neer.", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
2.
hij op of omstreeks 19 maart 2008, te [plaats], in de gemeente [gemeente], opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 2]), met kracht in het kruis heeft geschopt en/of getrapt, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.
Bewezenverklaring
Het hof acht bewezen dat:
1.
hij op 19 maart 2008 te [plaats], in de gemeente [gemeente], [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend op korte afstand van en voor genoemde personen een mes getoond en daarbij deze dreigend de woorden toegevoegd : 'Ik steek jullie allemaal neer.';
2.
hij op 19 maart 2008 te [plaats], in de gemeente [gemeente], opzettelijk mishandelend een persoon, te weten [slachtoffer 2], met kracht in het kruis heeft geschopt, waardoor deze pijn heeft ondervonden.
Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1. en 2. meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.
Kwalificatie
Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:
1. bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd;
2. mishandeling.
Strafbaarheid
Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.
Strafmotivering
Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bedreiging van drie medewerkers van de afdeling forensische psychiatrie van de GGZ te [plaats]. Verdachte heeft zich tevens schuldig gemaakt aan mishandeling van één van deze medewerkers. Verdachte, die zelf cliënt is op deze afdeling, heeft door aldus te handelen een bedreigende situatie doen ontstaan voor de medewerkers die mede ten behoeve van verdachte op die afdeling werkzaam zijn.
Het hof acht het in het voordeel van verdachte dat hij nadien aan de medewerkers zijn excuses heeft aangeboden en verdachte ook ter zitting heeft aangegeven spijt te hebben van zijn handelen.
Het hof heeft kennis genomen van een verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 11 december 2009, waaruit blijkt dat verdachte eerder met justitie in aanraking is geweest wegens strafbare feiten, waaronder een geval van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.
Gezien het hiervoor overwogen acht het hof de straf zoals geëist door de advocaat-generaal passend en zal verdachte veroordelen tot een voorwaardelijke werkstraf.
Gezien het feit dat verdachte zich na dit voorval niet wederom schuldig heeft gemaakt aan strafbare feiten is het hof van mening dat met een proeftijd van één jaar kan worden volstaan.
Toepassing van wetsartikelen
Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 285 en 300 zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.
De uitspraak
HET HOF,
RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:
vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:
verklaart het verdachte onder 1. en 2. ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;
verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1. en 2. meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;
veroordeelt verdachte [verdachte] tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van dertig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van vijftien dagen zal worden toegepast;
beveelt dat de werkstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van één jaar aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Dit arrest is aldus gewezen door mr. O. Anjewierden, voorzitter, mr. S.J. van der Woude en mr. J.H. Bosch, in tegenwoordigheid van H. Pool als griffier, zijnde mr. Van der Woude voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.