ECLI:NL:GHLEE:2010:BL9397
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Mollema
- De Hek
- Fikkers
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis inzake geldleningsovereenkomst en veroordeling in proceskosten
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of [appellant] de geldleningsovereenkomst met [geïntimeerde] had ondertekend en daarmee gehouden was tot terugbetaling van het geleende bedrag. De rechtbank had de vordering van [geïntimeerde] toegewezen, waarbij [appellant] en zijn vader hoofdelijk werden veroordeeld tot betaling van € 341.666,67 plus rente en kosten.
[Appellant] voerde in hoger beroep aan dat hij de overeenkomst niet had ondertekend en dat zijn eerdere erkenning ter comparitie niet bindend mocht zijn. Het hof oordeelde dat de gerechtelijke erkenning krachtens art. 154 lid 2 Rv Pro niet was herroepen, omdat geen sprake was van dwaling of onvrijwilligheid. De erkenning maakte verder bewijs overbodig.
Het hof stelde vast dat de overeenkomst op 27 februari 2006 was ondertekend en dat [geïntimeerde] haar verplichtingen was nagekomen door het bedrag op 23 februari 2006 te storten. Het eenzijdig terugkomen op de overeenkomst door [appellant] was niet mogelijk zonder instemming van [geïntimeerde], welke niet was gegeven.
De overige grieven faalden, waaronder die over de ontvangsttheorie en de proceskosten. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde [appellant] in de kosten van het hoger beroep, begroot op € 5.207,50.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat [appellant] de geldleningsovereenkomst heeft ondertekend en veroordeelt hem in de proceskosten.