ECLI:NL:GHLEE:2010:BM0250
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- D.B. Bijl
- G.M. van der Meer
- J.B.H. Röben
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op vrijstelling overdrachtsbelasting bij bedrijfsovername en maatschapstoetreding
Belanghebbende en zijn broer namen het familiebedrijf over en brachten dit in een maatschap in met andere familieleden. De inspecteur legde een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op omdat de vrijstelling volgens hem niet van toepassing was. De rechtbank oordeelde dat de vrijstelling niet geldt omdat de onderneming mede door personen buiten de familiekring wordt voortgezet en vernietigde de boetebeschikking.
Belanghebbende stelde dat de vrijstelling wel van toepassing is omdat hij en zijn broer het bedrijf meer dan tien jaar samen voortzetten en de toetreding tot de maatschap pas na de levering plaatsvond. Het hof vond deze stelling onvoldoende aannemelijk en bevestigde dat de onderneming vanaf 2001 gezamenlijk met vier andere personen buiten de familiekring werd gedreven.
Daarmee is geen recht op de vrijstelling van artikel 15, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer in 2002. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting bevestigd.