ECLI:NL:GHLEE:2010:BM1293
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens langdurig bezit van grote hoeveelheden hennep zonder bewezen verkoop
Verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor het meermalen opzettelijk voorhanden hebben van grote hoeveelheden hennep en hasjiesj gedurende de periode van 1 december 2001 tot en met 7 december 2004. Bij doorzoekingen op 7 december 2004 werden exorbitante hoeveelheden softdrugs aangetroffen bij verdachte thuis en in de coffeeshop waar hij bedrijfsleider was. Verdachte verklaarde dat de drugs van hem waren en dat de eigenaren van de coffeeshop hiervan geen weet hadden.
De officier van justitie werd niet-ontvankelijk verklaard voor de vervolging van de verkoop van softdrugs in de periode voorafgaand aan 7 december 2004, omdat niet was vastgesteld dat de gedoogcriteria werden overtreden. Voor de dag van 7 december 2004 werd verdachte vrijgesproken van verkoop wegens gebrek aan bewijs dat er die dag al was verkocht.
Het hof achtte bewezen dat verdachte op verschillende momenten grote hoeveelheden hennep en hasjiesj voorhanden had, kwalificeerde dit als een strafbaar feit onder de Opiumwet en veroordeelde hem tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden en een geldboete van twintigduizend euro. Tevens werden diverse in beslag genomen voorwerpen aan het verkeer onttrokken. Het hof hield rekening met eerdere veroordelingen van verdachte en achtte een geldboete passend vanwege het financiële motief achter de feiten.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden en een geldboete van twintigduizend euro wegens langdurig bezit van grote hoeveelheden hennep, terwijl hij is vrijgesproken van verkoop wegens gebrek aan bewijs.