ECLI:NL:GHLEE:2010:BM1320
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- A.J. Rietveld
- P. Koolschijn
- D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij oplichting en valsheid in geschrift
De veroordeelde werd door de politierechter veroordeeld voor oplichting, valsheid in geschrift en het opzettelijk gebruik van valse en vervalste geschriften. Het wederrechtelijk verkregen voordeel werd aanvankelijk geschat op €7.900,- en aan de Staat ontnomen.
In hoger beroep vernietigde het hof het vonnis en stelde het het wederrechtelijk verkregen voordeel opnieuw vast op €7.900,-, gebaseerd op een bruto voordeel van €11.250,- minus een civiele vordering van €3.350,- van een benadeelde partij. Verweren van de raadsman over gemaakte kosten en mogelijke civiele vorderingen werden verworpen.
Het hof overwoog dat alleen kosten die direct verband houden met de voltooiing van het delict in mindering kunnen worden gebracht en dat draagkrachtverweren in beginsel pas in de executiefase aan de orde komen. De verplichting tot betaling van €7.900,- aan de Staat werd bevestigd.
Uitkomst: De veroordeelde is verplicht €7.900,- aan de Staat te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.