ECLI:NL:GHLEE:2010:BM1818

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
1 april 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
24-000439-09
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c SrArt. 22d Sr
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor rijden onder invloed zonder rijbewijs met voorwaardelijke straf en werkstraf

Het gerechtshof te Leeuwarden heeft op 1 april 2010 het vonnis van de politierechter in Groningen vernietigd en verdachte opnieuw veroordeeld voor het besturen van een personenauto onder invloed van alcohol en zonder rijbewijs. Verdachte had op 23 augustus 2007 een alcoholgehalte van 560 microgram per liter uitgeademde lucht, ruim boven de wettelijke limiet, terwijl hij ook kinderen in de auto vervoerde.

Het hof achtte verdachte strafbaar en wees strafuitsluitingsgronden af. Gezien de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden, waaronder de precaire financiële situatie en het stabiele gezinsleven van verdachte, legde het hof een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand op met een proeftijd van twee jaar, gecombineerd met een werkstraf van tachtig uren in plaats van een geldboete.

Het hof zag af van een ontzegging van de rijbevoegdheid omdat verdachte aannemelijk maakte dat hij zich de komende jaren geen auto kan veroorloven. Het vonnis bevatte tevens een vervangende hechtenis van veertig dagen voor het geval de werkstraf niet wordt uitgevoerd.

De uitspraak benadrukt de ernst van rijden onder invloed zonder rijbewijs, zeker met kinderen aan boord, maar houdt rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte bij de strafoplegging.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand en een werkstraf van tachtig uren wegens rijden onder invloed zonder rijbewijs.

Uitspraak

Parketnummer: 24-000439-09
Parketnummer eerste aanleg: 18-905439-07
Arrest van 1 april 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen van
5 februari 2009 in de strafzaak tegen:
[verdachte],
geboren op [1964] te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats], [adres],
verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. N. Assouiki, advocaat te Tilburg.
Het vonnis waarvan beroep
De politierechter in de rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot straffen, zoals in dat vonnis omschreven.
Gebruik van het rechtsmiddel
De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.
Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden, met een proeftijd van twee jaren.
De beslissing op het hoger beroep
Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:
hij op of omstreeks 23 augustus 2007 te [plaats] als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) dit motorrijtuig heeft bestuurd na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek als bedoeld in artikel 8, derde lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 560 microgram, in elk geval hoger dan 88 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn, terwijl voor het besturen van dat motorrijtuig een rijbewijs was vereist en verdachte dit motorrijtuig heeft bestuurd zonder rijbewijs.
Bewezenverklaring
Het hof acht bewezen dat:
hij op 23 augustus 2007 te [plaats] als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) dit motorrijtuig heeft bestuurd na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek als bedoeld in artikel 8, derde lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 560 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn, terwijl voor het besturen van dat motorrijtuig een rijbewijs was vereist en verdachte dit motorrijtuig heeft bestuurd zonder rijbewijs.
Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.
Kwalificatie
Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:
overtreding van artikel 8 van Pro de Wegenverkeerswet 1994.
Strafbaarheid
Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.
Strafmotivering
Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft op 23 augustus 2007 een personenauto bestuurd, terwijl hij verkeerde onder invloed van alcoholhoudende drank en terwijl hij niet in het bezit was van een rijbewijs. Na onderzoek bleek het alcoholgehalte van zijn adem 560 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht te zijn. Blijkens de verklaring van verdachte zaten er ook kinderen in de auto.
Door aldus met een auto aan het verkeer deel te nemen heeft verdachte de veiligheid van andere weggebruikers en de kinderen ernstig in gevaar gebracht.
Uit het verdachte betreffende Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 31 december 2009 blijkt dat verdachte reeds vele malen eerder is veroordeeld voor strafbare feiten, ook voor het rijden onder invloed van alcohol.
Ter zitting van het hof is door en namens verdachte verklaard dat het beter met hem gaat sinds hij in [woonplaats] woont. Hij woont nu samen en heeft een stabiel gezinsleven. Verdachte heeft verklaard op het ogenblik geen werk te hebben en in de schuldsanering te zitten. Het gezin, dat uit vijf personen bestaat, moet rondkomen van € 70,- per week.
Het hof zal verdachte geen ontzegging van de rijbevoegdheid opleggen, nu door en namens verdachte aannemelijk is gemaakt dat hij - gelet op zijn financiële situatie - zich in de komende jaren geen auto zal kunnen veroorloven. Het hof zal verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf van na te noemen duur opleggen teneinde verdachte ervan te weerhouden nogmaals (soortgelijke) strafbare feiten te plegen. De precaire financiële situatie van verdachte is voor het hof tevens reden om verdachte - anders dan door de politierechter is opgelegd - in plaats van een geldboete een werkstraf op te leggen van na te melden duur.
Toepassing van wetsartikelen
Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 8 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.
De uitspraak
HET HOF,
RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:
vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:
verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;
verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;
veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van één maand;
beveelt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van tachtig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van veertig dagen zal worden toegepast.
Dit arrest is aldus gewezen door mr. H.M.E. Laméris-Tebbenhoff Rijnenberg, voorzitter, mr. D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo en mr. J. Hielkema, in tegenwoordigheid van mr. M. Nijhuis als griffier.