ECLI:NL:GHLEE:2010:BM6762
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Laméris-Tebbenhoff Rijnenberg
- Hielkema
- Van der Woude
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep mishandeling levensgezel met toepassing recidivebepaling
Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor mishandeling van zijn levensgezel. In hoger beroep vernietigt het hof dit vonnis en doet opnieuw recht. Het bewezen verklaarde feit betreft mishandeling op 12 augustus 2009, waarbij verdachte zijn levensgezel in het gezicht stompte, wat leidde tot letsel en pijn.
Het hof acht bewezen dat het feit binnen vijf jaar na een eerdere veroordeling wegens een soortgelijk misdrijf is gepleegd, waardoor de recidivebepaling van artikel 43a Sr van toepassing is. Verdachte heeft een geschiedenis van strafbare feiten en eerdere veroordelingen, waarbij ook tenuitvoerlegging van voorwaardelijke straffen en verlengingen van proeftijd plaatsvonden.
De officier van justitie vorderde gedeeltelijke tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde gevangenisstraf van twee maanden. Het hof overweegt echter dat verdachte sinds het bewezen feit begeleiding en behandeling krijgt gericht op alcoholgebruik en agressiebeheersing, met positieve resultaten en geen nieuwe strafbare feiten na het bewezen feit.
Gelet op deze omstandigheden en de persoonlijke situatie van verdachte, waaronder zijn gezinssituatie en werk, legt het hof een taakstraf op bestaande uit een werkstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis, in plaats van de gevorderde gevangenisstraf. Tevens wordt een werkstraf van 30 uren met subsidiaire hechtenis van 15 dagen opgelegd voor het bewezen feit zelf.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot werkstraf van 120 uren met subsidiaire hechtenis van 60 dagen wegens mishandeling met toepassing recidivebepaling.