ECLI:NL:GHLEE:2010:BM6965
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel ondanks termijnoverschrijding
In deze zaak stond de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel centraal, waarbij de veroordeelde werd verplicht een bedrag van €18.621,50 aan de Staat te betalen. De rechtbank Assen had deze betalingsverplichting opgelegd na een veroordeling wegens deelname aan een criminele organisatie en het buiten Nederland brengen van hennep.
De veroordeelde ging in hoger beroep tegen deze ontnemingsmaatregel. Het hof heeft het hoger beroep behandeld en onderzocht, waarbij ook het eerdere vonnis in de strafzaak in overweging werd genomen. De advocaat-generaal had de bevestiging van het bedrag en de betalingsverplichting gevorderd.
Het hof heeft geoordeeld dat er geen reden is om de betalingsverplichting te matigen vanwege het tijdsverloop in het hoger beroep, zoals door de raadsvrouw was bepleit. In de strafzaak was al een strafvermindering toegepast vanwege overschrijding van de redelijke termijn, waardoor in de ontnemingsprocedure geen verdere matiging meer plaatsvindt.
Daarom bevestigt het hof het vonnis van de rechtbank Assen, inclusief de vaststelling van het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel en de betalingsverplichting. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Leeuwarden op 2 juni 2010.
Uitkomst: Bevestiging van de betalingsverplichting tot ontneming van €18.621,50 ondanks overschrijding van de redelijke termijn.