ECLI:NL:GHLEE:2010:BN0798
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Kuiper
- Mollema
- Van Dorp
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen opheffing schorsende werking dwangbevel afgewezen
In deze zaak gaat het om een hoger beroep van de gemeente Groningen tegen de schorsende werking van het verzet van [geïntimeerde] tegen een dwangbevel tot betaling van een dwangsom wegens een illegale verbouwing van een pand. De gemeente verzocht het hof de schorsing op te heffen op grond van artikel 5:26 Awb Pro (oud), omdat zij meende dat het beroep van [geïntimeerde] misbruik van recht was en de tenuitvoerlegging dringend noodzakelijk.
Het hof oordeelde dat het verzet tegen het dwangbevel de tenuitvoerlegging schorst en dat de schorsing alleen kan worden doorbroken als aannemelijk is dat het rechtsmiddel uitsluitend is aangewend om de invordering te traineren. In dit geval was dat onvoldoende gebleken. Het hof nam mee dat [geïntimeerde] een uitgebreide memorie van grieven had ingediend en dat de gemeente zelf ook vertraging had veroorzaakt in de bodemprocedure.
Verder stelde het hof dat de kans van slagen van het beroep buiten beschouwing moet blijven bij de beoordeling van het verzoek tot opheffing van de schorsing. De gemeente had niet aannemelijk gemaakt waarom onmiddellijke invordering noodzakelijk was en waarom andere handhavingsmiddelen niet konden worden ingezet.
Daarom wees het hof het verzoek van de gemeente af en veroordeelde haar in de kosten van het geding. Dit arrest bevestigt de rechtsbescherming van de burger tegen voortijdige tenuitvoerlegging van bestuursdwangsommen zolang het beroep loopt.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de gemeente af om de schorsende werking van het verzet tegen het dwangbevel op te heffen en veroordeelt de gemeente in de kosten.