ECLI:NL:GHLEE:2010:BN1820
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Mollema
- Kuiper
- Hofstee
- Rechtspraak.nl
Gemeente aansprakelijk voor verkoop ongeschikt perceel industriegrond aan Schelpkalk
Schelpkalk Harlingen B.V. kocht van de gemeente Harlingen een perceel industriegrond met het doel een schelpkalkfabriek te vestigen. Na onderzoek bleek dat het perceel niet geschikt was voor het beoogde gebruik zonder dat Schelpkalk ingrijpende en kostbare geluidwerende voorzieningen zou treffen, die verder gingen dan redelijkerwijs van haar kon worden verlangd volgens het ALARA-criterium.
Het hof heeft uitgebreid bewijs en deskundigenrapporten bestudeerd, waaronder rapporten van DGMR en Peutz B.V., en concludeerde dat Schelpkalk redelijkerwijs enkele relatief goedkope maatregelen moest treffen, maar niet de ingrijpende aanpassingen zoals halvering van de bedrijfsduur van de laadschop en dure bouwkundige voorzieningen. De gemeente kon niet aantonen dat deze extra maatregelen redelijk waren.
De gemeente voerde aan dat Schelpkalk beroep had moeten instellen tegen de weigering van een milieuvergunning, maar het hof kwalificeerde dit als een beroep op de schadebeperkingsplicht dat niet slaagde omdat het beroep geen beperking van de schade had kunnen opleveren. Het hof stelde dat de gemeente als deskundige partij moest worden aangemerkt en kende Schelpkalk 80% van de schade toe, waarbij 20% werd toegerekend aan eigen schuld van Schelpkalk.
De gemeente werd veroordeeld tot schadevergoeding en in de proceskosten. Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en het hof sprak opnieuw recht. De omvang van de schade wordt nader bepaald in een schadestaatprocedure.
Uitkomst: De gemeente wordt veroordeeld tot vergoeding van 80% van de schade wegens verkoop van ongeschikt perceel industriegrond aan Schelpkalk.