ECLI:NL:GHLEE:2010:BN2026
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Garos
- Dijkstra
- Breemhaar
- Rechtspraak.nl
Moeder krijgt beslissingsbevoegdheid over omgangsregeling met vader
In deze zaak stond de omgangsregeling tussen de vader en zijn minderjarige kinderen centraal. De rechtbank Groningen had eerder een regeling vastgesteld waarbij de vader eenmaal per maand de kinderen een weekend mocht ontvangen onder voorwaarden, waaronder aanwezigheid van de grootmoeder en consultatie van de huisarts.
De moeder ging in hoger beroep tegen deze regeling en verzocht om vernietiging en herziening, met name om de voorwaarden aan te passen en de moeder de beslissingsbevoegdheid te geven over het doorgaan van de omgang. Het hof nam de feiten van de rechtbank over en stelde vast dat de omgangsregeling in de praktijk niet werd uitgevoerd zoals vastgesteld.
Het hof oordeelde dat de moeder, gelet op haar zorg voor de veiligheid en het welzijn van de kinderen, de uiteindelijke beslissingsbevoegdheid moet krijgen over het al dan niet doorgaan van de omgangsweekenden. De vader dient zich hierbij neer te leggen. Tevens werd een nieuwe omgangsregeling vastgesteld waarbij de vader eenmaal per maand contact heeft met de kinderen, afwisselend bij vader en moeder of grootmoeder, met afspraken over overdracht op de helft van het traject.
De moeder hoeft geen bijdrage in de kosten te ontvangen van de vader, omdat deze vrijwillig bijdraagt en de verhouding tussen partijen dit niet wenselijk maakt. Het hof verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad en wees overige verzoeken af.
Uitkomst: De moeder krijgt de beslissingsbevoegdheid over het doorgaan van de omgangsregeling met de vader, en er wordt een nieuwe omgangsregeling vastgesteld.