ECLI:NL:GHLEE:2010:BN2074
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Bosch
- Melssen
- Van Veen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling echtheid Iraakse huwelijksakte en rechtshulpverzoek in echtscheidingsprocedure
In deze civiele zaak in hoger beroep staat de echtheid van een Iraakse huwelijksakte centraal, alsmede de vraag of de verblijfplaats van de geïntimeerde vrouw in Irak kan worden vastgesteld om haar in de procedure te betrekken.
De man stelt dat hij in 1995 rechtsgeldig met de vrouw is gehuwd in Irak, ondanks de administratieve chaos in Koerdische gebieden destijds. Hij overlegt getuigenverklaringen en een originele huwelijksakte, waarvan de echtheid door het Bureau Documenten van de IND wordt betwijfeld. De hoofdadvocaat-generaal adviseert het hof om voorvragen te stellen aan de Nederlandse ambassade in Irak over de haalbaarheid en risico’s van een rechtshulpverzoek.
Het hof volgt dit advies en formuleert gedetailleerde vragen over de verblijfplaats van de vrouw, de mogelijkheid tot het doen van een rechtshulpverzoek, en de inhoudelijke vragen die aan de vrouw gesteld kunnen worden. De procedure wordt aangehouden totdat de antwoorden op deze voorvragen zijn ontvangen. Het hof houdt iedere verdere beslissing aan en bepaalt de voortzetting van de procedure later.
Uitkomst: Procedure aangehouden voor beantwoording van voorvragen over rechtshulp en verblijfplaats vrouw in Irak.