ECLI:NL:GHLEE:2010:BN2885
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Mollema
- Kuiper
- Zuidema
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over vergoeding overwerk en kerstgratificatie bij administratief medewerkster
In deze zaak stond de vraag centraal of de werknemer aanspraak kon maken op vergoeding van overwerk dat zij meende te hebben verricht en op een pro rata deel van de kerstgratificatie over 2006.
De werknemer was sinds 2001 via een uitzendbureau en vanaf 2002 in vaste dienst bij de werkgever als administratief medewerkster. De arbeidsovereenkomst was onderworpen aan de CAO Metaalnijverheid, later Metaalbewerkingsbedrijf. De werkgever gebruikte een prikklok die kloktijden afrondde op kwartieren.
De werknemer stelde dat zij 114 uur en 11 minuten overwerk had verricht, gebaseerd op het verschil tussen feitelijke en geklokte uren, en vorderde vergoeding. Het hof stelde dat overwerk alleen voor vergoeding in aanmerking komt indien de werkgever het overwerk heeft opgedragen of ermee heeft ingestemd. Dit was niet vastgesteld, zodat de vordering werd afgewezen.
De werknemer vorderde tevens een pro rata deel van de kerstgratificatie 2006. Het hof oordeelde dat op grond van goed werkgeverschap de werkgever gehouden was deze te betalen, aangezien de werknemer 11 maanden bijdroeg aan de omzet waarop de gratificatie was gebaseerd. De vordering werd toegewezen met wettelijke rente.
De overige vorderingen werden afgewezen en de proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Vordering overwerk afgewezen; werkgever veroordeeld tot betaling pro rata kerstgratificatie met rente.